artikel

De eeuwigheidswaarde (of niet) van een toezegging

bouwbreed Premium

Eiser heeft een duiker aangelegd ten behoeve van een uitgangsweg, maar de hiervoor benodigde vergunning is nooit aangevraagd.

Na overleg met de bevoegde wethouder is namens het college van B en W een brief gestuurd met daarin de ondubbelzinnige toezegging, van een bevoegd persoon, dat de duiker niet hoeft te worden verwijderd indien wordt voldaan aan de voorwaarden zoals in de brief vermeld. Heeft deze toezegging ‘eeuwigheidswaarde’ en kan het college van B en W nooit meer handhaven?

Volgens rechtbank Roermond (26 april 2012, LJN: BW4259) laat de inhoud van de brief aan duidelijkheid niets te wensen over en de desbetreffende wethouder was portefeuillehouder en maakt(e) deel uit van het bevoegde bestuursorgaan.

Ook is de door de wethouder gedane toezegging schriftelijk vastgelegd en bij brief bevestigd namens het gezamenlijk college van B en W. Niet gesteld of gebleken is dat de brief niet namens het college van B en W is verzonden of dat deze toezegging niet/ anders is gedaan. Eisers konden aan deze brief verwachtingen ontlenen.

De rechtbank is van oordeel dat het college van B en W op grond van het vertrouwensbeginsel niet tot handhaving had mogen besluiten. De toezegging kan worden beschouwd als een besluit de duikers te gedogen onder de voorwaarden zoals in de brief vermeld, aldus de rechtbank.

Er is echter wél sprake van een overtreding. Op grond van vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) rust op verweerder in dat geval een beginselplicht tot handhaving, tenzij er sprake is van concreet zicht op legalisatie of zodanige bijzondere omstandigheden dat in redelijkheid van handhaving dient te worden afgezien.

Zelfs als er een concrete ondubbelzinnige toezegging is gedaan door een bevoegd persoon, kan, als sprake is van zwaarwegende belangen, soms toch tot handhaving worden overgegaan.

Heeft de toezegging eeuwigheidswaarde en kan het college van B en W nooit meer een einde maken aan het gedogen? Nee, maar in dit geval kan het college van B en W niet handhaven, omdat geen sprake is van zwaarwegende belangen.

Reageer op dit artikel