artikel

Standstill-termijn na selectie

bouwbreed Premium

Aanbestedende diensten zijn wettelijk verplicht een standstill-termijn van tenminste vijftien kalenderdagen in acht te nemen na bekendmaking van het gunningsvoornemen. In de praktijk wordt regelmatig de vraag gesteld of dit ook geldt bij de bekendmaking van de selectiebeslissing in geval van een niet-openbare aanbesteding. Een opvallende uitspraak van de voorzieningenrechter in Zutphen (LJN: BQ1276) blijft de gemoederen op dit punt bezig houden.

De voorzieningenrechter maakte in deze zaak een onderscheid tussen de bekendmaking van een selectiebeslissing en de bekendmaking van een selectievoornemen. Een selectievoornemen zou volgens de rechter steeds kunnen worden teruggedraaid in tegenstelling tot een ondubbelzinnige selectie. Dit oordeel doet de vraag rijzen of aanbestedende diensten bij een selectie verplicht zijn eerst een voornemen tot selectie te uiten met de bijbehorende standstill-termijn.

Een dergelijk verplichting bestaat niet op grond van de wet of rechtspraak. Het is ook niet voor de hand liggend. Immers, de standstill-termijn na gunning beoogt te voorkomen dat een inschrijver die bezwaar heeft tegen de gunningsbeslissing voor het voldongen feit van een reeds gesloten overeenkomst komt te staan. Van een dergelijk fait accompliis geen sprake bij een selectiebeslissing. Dit neemt niet weg dat alle partijen baat lijken te hebben bij het onverplicht hanteren van een standstill-termijn. Want wanneer een afgevallen deelnemer wacht met zijn bezwaar tot het uiteindelijke gunningsvoornemen bekend is gemaakt en hij is hierin succesvol, lijkt een heraanbesteding onvermijdelijk. Dit scenario pleit er dus voor de selectiebeslissing toch bekend te maken als een selectievoornemen en onverplicht een standstill-periode te hanteren van bijvoorbeeld vijftien kalenderdagen. Wanneer deze standstill-termijn bovendien als vervaltermijn is geformuleerd in de aanbestedingsdocumenten, is de aanbestedende opdrachtgever er zeker van dat eventuele bezwaren tegen selectiebeslissingen ook daadwerkelijk uitsluitend binnen deze standstill-termijn (kunnen) worden gemaakt.

Het hanteren van een extra standstill-termijn van vijftien dagen kan bij aanbestedingen met een krappe planning overigens wel problematisch zijn. De vertraging zou kunnen worden beperkt door gebruik te maken van de mogelijkheden om de minimumtermijnen te verkorten. Beter lijkt het echter nog erop toe te zien dat de selectiebeslissing deugdelijk wordt gemotiveerd. Hiertoe is de aanbestedende dienst sowieso verplicht en het zal het risico op bezwaren tegen het niet uitgenodigd worden aanzienlijk beperken.

Reageer op dit artikel