artikel

Schade is voor hoofdaannemer

bouwbreed Premium

Onlangs heeft de Raad van Arbitrage in hoger beroep vonnis (nr. 71.678) gewezen in een geschil tussen de hoofdaannemer en de onderaannemer. In deze procedure kwam aan de orde wie tot beëindiging van het werk was overgegaan en dus voor wiens rekening het kwam dat een derde partij het werk van de onderaannemer heeft afgemaakt.

De onderaannemer had opdracht voor onder andere het leveren en aanbrengen van stelwerk, voegwerk en metselwerk voor de nieuwbouw van een winkelcentrum. De aanneemsom bedroeg ruim 2 miljoen euro. Vanaf de start van de uitvoering verliep de samenwerking tussen beide partijen stroef. Onenigheid over onder meer de kwaliteit van de metselwerkzaamheden en opeisbare facturen is op enig moment zodanig geëscaleerd, dat de hoofdaannemer het steigerwerk van de onderaannemer heeft verwijderd zodat de derde partij het werk verder kon afmaken. Volgens de hoofdaannemer stond hij daarmee ook in zijn recht, omdat de onderaannemer tot drie keer toe had gedreigd om het werk te zullen staken.

§ 46 lid 1 UAV biedt de mogelijkheid voor de opdrachtgever het werk voor rekening en risico van de aannemer te voltooien. Deze mogelijkheid bestaat echter pas, indien de aannemer zijn verplichtingen niet nakomt en de opdrachtgever hem deswege in gebreke stelt en aanmaant zijn verplichtingen alsnog binnen een redelijke termijn na te komen. Volgens de hoofdaanneemster was zij bevoegd om een derde in te schakelen, omdat de onderaannemer zelf van het werk is weggelopen en meermalen had gedreigd om de werkzaamheden neer te leggen.

De onderaannemer verweert zich en stelt, dat hij geenszins van plan was om het werk te staken maar dat de hoofdaannemer hem de toegang tot het werk heeft ontzegd. Want door het afbreken van het steigermaterieel door de hoofdaannemer is de feitelijke uitvoering van zijn werkzaamheden immers onmogelijk geworden.

De appelarbiters zijn van oordeel dat de hoofdaannemer eerst bij de onderaannemer had moeten informeren in hoeverre hij daadwerkelijk zijn dreigingen van staking van het werk wenste waar te maken alvorens tot verwijdering van het steigermaterieel over te gaan. Volgens de appelarbiters heeft de hoofdaannemer te snel gehandeld en geoordeeld. Het komt dan ook voor rekening van de hoofdaannemer dat de onderaannemer het werk in onvoltooide staat heeft beëindigd. De schade die hoofdaannemer daardoor heeft geleden, blijft dan ook voor zijn rekening.

Kortom, stuur een aannemer niet te lichtvaardig van het werk. Er moeten gegronde redenen zijn om aan te kunnen nemen dat de (onder-)aannemer zijn verplichtingen niet zal nakomen.

Reageer op dit artikel