artikel

Bouw kan leren van ongeval B-Tower

bouwbreed Premium

De bouwsector moet meer oog krijgen voor de verantwoordelijkheden die het publieke domein laat liggen. Al vraagt Jos Schouten zich af of deregulering en marktwerking wel zo gewenst is.

Het meest gelezen rapport van de afgelopen twee weken! Het zou bijna een wervende tekst voor de aanprijzing van een veiligheidspublicatie kunnen zijn. Naast de Veiligheidsmonitor 2011 van Aboma is door de Onderzoeksraad voor Veiligheid het rapport over het instorten van de ondersteuningsconstructie van de B-Tower gepubliceerd. Het vrijwel gelijktijdige publiceren is een factor die met toeval te maken heeft. Het valt aan te nemen dat de publicatie van het ongevalsonderzoek de meeste lezers heeft getrokken. Dit vanwege de impact van het onderzoek en de vraag wat wij kunnen leren van een ongeval en hoe dit in de keten van het bouwproces te organiseren valt.

Het doel van het onderzoek door de onderzoeksraad is het leren van deze ongevallen, het voorkomen van ongevallen in de toekomst en te komen tot verbetering. De raad doet geen uitspraken over een eventuele schuldvraag.

Zowel in het persbericht als in het onderzoeksrapport wordt verwezen naar een drietal oorzaken die mede hebben geleid tot het instorten van de ondersteuningsconstructie: het ontbreken van een gezamenlijke veiligheidsaanpak, ontoereikende coördinatie en controle en diffuse verantwoordelijkheidsverdeling.

In de rapportage worden deze onderwerpen uitvoerig behandeld en is een reconstructie van de gebeurtenissen opgenomen.

Hieruit blijkt onder andere het volgende: analyse van het ontwerp van de steiger geeft aan dat de steigerconstructie voor wat betreft de stabiliteit een lage Eulerse knikfactor heeft gehad. Bij een knikfactor lager dan 1,0 bezwijkt de constructie. Bij een knikfactor van 10 kan deze niet bezwijken. De knikfactor lag net boven de 1,0 en was dus, hoewel niet hoog, theoretisch voldoende als de ondersteuningsconstructie conform de tekening zou zijn opgebouwd. Dit was echter niet het geval.

In de toelichting op de oorzaken stelt de onderzoeksraad dat er ontoereikende coördinatie en controle heeft plaatsgevonden. Partijen zouden elkaar moeten selecteren op basis van kwaliteit en intensief moeten samenwerken op veiligheidsgebied. Het grote aantal betrokken partijen, zo merkt de onderzoeksraad op, vergroot de kans op fouten. Tevens wordt opgemerkt dat uit de eerder uitgevoerde onderzoeken naar constructieve veiligheid blijkt dat generieke kwaliteitsborging en certificering van partijen geen vervanging kan zijn voor technische controles. Het is hooguit aanvullend.

Uitdaging

Kortom, er moet beter worden nagedacht over het ontwerp, de te selecteren partijen voor de bouw en controle op het eindresultaat voor ingebruikname van ondersteuningsconstructies. Dat klinkt logisch maar waarom is het dan toch fout gegaan?

De onderzoeksraad concludeert dat er sprake is van een beperkt leereffect naar aanleiding van de resultaten van eerdere onderzoeken. De door de bedrijfstak opgedane kennis komt onvoldoende door op uitvoeringsniveau en dat is een gemiste kans. Daar ligt ook een uitdaging voor de bedrijfstak. Wellicht dat de Richtlijn Bekistingen die in de maak is een invulling kan geven aan deze behoefte.

Een andere conclusie van de onderzoeksraad betreft de verantwoordelijkheid van de bouwsector. Zij verwijst naar onderzoek door de commissie Fundamentele Verkenning Bouw (commissie-Dekker) die in haar rapport ‘Privaat wat kan en publiek wat moet, vertrouwen en verantwoordelijkheid in het bouwproces’ aangeeft dat de verantwoordelijkheid voor de publieke belangen bij de sector ligt en dat deze het vertrouwen van de overheid moet verdienen.

Dit betekent dat de bouwsector verantwoordelijk wordt gemaakt voor onder andere de constructieve stabiliteit en dat de deregulering en marktwerking als een vaststaand feit worden geaccepteerd.

Dit vraagt om enige nuance. De onderzoeksraad vraagt zich af in hoeverre de risico’s toenemen en de veiligheid onder druk komt te staan als de partijen die de vrije markt en de deregulering geven niet aankunnen.

Als bouwsector kun je je echter ook afvragen of deze deregulering en marktwerking wel zo gewenst is en of het ontbreken van toezicht vanuit de overheid niet ook een factor is die meegespeeld heeft. Denk hierbij dan met name aan het ontbreken van de verplichting tot het aanstellen van een hoofdconstructeur die ook in staat is om de tijdelijke stabiliteit van constructies te kunnen beoordelen.

De tijd kan niet terug worden gedraaid en de deregulering waarschijnlijk ook niet. Goed is het om te leren van het ongeval van de B-Tower en te constateren dat ook de bouwnijverheid meer oog moet krijgen voor de verantwoordelijkheden die het publieke domein laat liggen. Het rapport van de onderzoeksraad toont dit haarfijn aan.

Reageer op dit artikel