artikel

Op de zwarte lijst zonder veroordeling

bouwbreed Premium

Een paar dagen geleden werd een vonnis bekend gemaakt, dat al in 2009 was uitgesproken. De reden dat ik u op dit vonnis wil attenderen, is dat negatieve publiciteit, ook zonder een definitieve veroordeling, tot uitsluiting van een aanbesteding kan leiden. U weet ongetwijfeld dat wanneer een inschrijver is veroordeeld voor een delict, dit een […]

Een paar dagen geleden werd een vonnis bekend gemaakt, dat al in 2009 was uitgesproken. De reden dat ik u op dit vonnis wil attenderen, is dat negatieve publiciteit, ook zonder een definitieve veroordeling, tot uitsluiting van een aanbesteding kan leiden.

U weet ongetwijfeld dat wanneer een inschrijver is veroordeeld voor een delict, dit een uitsluitingsgrond oplevert. Maar het ARW 2005 kent ook de uitsluitingsgrond ‘aannemelijk gemaakte ernstige fout’. ‘Aannemelijk maken’ is zeker niet hetzelfde als ‘veroordeeld zijn’. En ‘ernstige fout’ is niet hetzelfde als ‘delict’.

En dat is de inschrijver op een aanbesteding bij de Provincie Gelderland duur komen te staan.

Krantenberichten over vermoedens van omkoping, deden de Provincie twijfelen aan de mores van een van de inschrijvers. De inschrijver was weliswaar (nog?) niet veroordeeld, maar ‘waar rook is, is vuur’, moet de Provincie hebben gedacht.

Tegen de inschrijver liep een onderzoek door de rijksrecherche. In dit lopende onderzoek werd geconcludeerd dat medewerkers van de inschrijver zich mogelijk schuldig maakten aan het corrumperen van medewerkers bij verschillende gemeenten als onderdeel van de bedrijfsstrategie bij het verwerven van projecten bij gemeentelijke overheden.

De inschrijver vond dat zolang hij niet veroordeeld was, hij onschuldig was en niet uitgesloten mocht worden. De Provincie vond daarentegen dat bovenstaande onderzoek voldoende was om te kunnen spreken van zowel ‘een ernstige fout’ als ‘het voldoende aannemelijk maken’ van die ernstige fout, en sloot de inschrijver uit.

De Provincie had haar huiswerk goed gedaan. In haar aanbestedingsstukken, is de Provincie ingegaan op het omschrijven van de begrippen ‘ernstige fout’ en ‘aannemelijk maken’. Ten eerste had de Provincie in haar aanbestedingsstukken uitgelegd, dat een ‘ernstige fout’, niet per se een bouwtechnische fout hoefde te zijn, maar dat de Provincie fraude ook als een ‘ernstige fout’ ziet.

Dat de inschrijver niet inhoudelijk heeft gereageerd op de toegezonden conceptrapportage en ook tijdens de zitting inhoudelijk niet echt op de aantijgingen wilde ingaan, plus de NMa-boetes uit het verleden en een bouwfraude verleden, hebben deze inschrijver natuurlijk niet geholpen.

Het oordeel luidde dat de Provincie voldoende aannemelijk had gemaakt dat de inschrijver een ernstige fout in de zin van artikel 2.7.4 sub d ARW 2005 heeft begaan en “in voldoende mate – al houdt het niet over – uitvoering heeft gegeven aan haar motiveringsplicht en aan het gestelde in artikel 11 van haar Beleidsregels aanbesteding”, aldus de voorzieningenrechter.

Plas Bossinade Advocaten

brummelhuis@plasbossinade.nl

Rechtbank Arnhem, uitspraak 27-11-2009, publicatie 09-03-2012

Reageer op dit artikel