artikel

Wetgever bedreigt bouwteams

bouwbreed Premium

De memorie van toelichting op de concept Aanbestedingwet vermeldt dat in geval van het bouwteammodel de uitvoeringsopdracht moet worden aanbesteed. Hiermee is dit model voor wat het gebruik door de overheid betreft ten dode opgeschreven. Ten onrechte.

Met de affaire rond de Schipholtunnel, waaraan de parlementaire enquête bouwnijverheid uitvoerig aandacht besteedde, is het bouwteammodel in een kwaad daglicht komen te staan. Bij Schiphol werd echter gewerkt met een raamovereenkomstmodel, dat volstrekt atypisch was en is. De angst veroorzaakt door die kwestie lijkt nu het normale en veelvuldige gebruik van het bouwteammodel te nekken.

Het normale bouwteammodel houdt in dat een aannemer kosten- en uitvoeringsdeskundigheid aan de ontwerptafel inbrengt. Voorts wordt deze aannemer vooralsnog als eerste en enige in het vooruitzicht gesteld dat hij een prijsaanbieding voor de uitvoering mag doen onder de voorwaarde dat er prijsovereenstemming wordt bereikt.

Hoe wordt dit model aanbesteed? De aanbesteding betreft de opdracht om a) mee te werken aan het ontwerp en b) de uitvoering te realiseren op basis van het ontwerp waar de aannemer aan mee werkte. De concurrentie vindt plaats voorafgaand aan de ontwerpwerkzaamheden. Deelnemers aan de aanbesteding geven bij hun inschrijving prijzen af voor lonen, materiaal, materieel en opslagpercentages voor algemene kosten, winst en risico. Van tevoren wordt ook bepaald, dat de gunning van de uitvoering onderworpen is aan de ontbindende voorwaarde van het bereiken van definitieve prijsovereenstemming. Is de prijs op het moment dat het ontwerp gereed is en de uitvoeringsprijs moet worden bepaald te hoog, dan treedt de ontbindende voorwaarde in en eindigt de overeenkomst met de aannemer die de aanbesteding had gewonnen. De opdrachtgever moet dan voor de uitvoering een andere aannemer zoeken of hij kan gebruikmaken van de opvolgende inschrijver die in de wachtkamer zit, al naar gelang hoe de aanbestedingsprocedure vorm is gegeven. Uit onderzoek van het IBR blijkt dat deze methode heel vaak wordt gebruikt door aanbestedende diensten en dat men daar zeer over te spreken is.

Denkbaar zou zijn aannemers als adviseurs bij het ontwerp in te schakelen zonder hen in het vooruitzicht te stellen dat zij de uitvoering kunnen krijgen. De ervaring leert echter, dat deze manier van werken niet voorkomt. Het is ook niet aantrekkelijk, want het is juist de combinatie van meewerken aan het ontwerp gevolgd door uitvoering die maakt dat de aannemer optimaal is geprikkeld zijn kennis in te brengen. Het model heeft een internationale gedaante gekregen in de vorm van early contractor involvementin het Verenigd Koninkrijk en in wat heet best value procurement (BVP), wat door Rijkswaterstaat veelvuldig wordt toegepast.

Einde

De Toelichting op de Aanbestedingswet art. 2.149 dreigt aan dit model (inclusief BVP) een einde te maken. Wat leest men daar namelijk? “Door zijn betrokkenheid bij het bouwteam kan de aannemer zijn expertise inbrengen ten gunste van het project. De geselecteerde aannemer blijft bij het bouwteam betrokken gedurende de ontwikkelfase van de opdracht. De uitvoering van de opdracht dient opnieuw te worden aanbesteed.”

Als de opdracht tot uitvoering opnieuw moet worden aanbesteed, is het hele effect van de prikkel om mee te werken aan het bouwteam weg. Dit is strijdig met de moderne inzichten die juist alle wijzen richting het inschakelen van de kennis van de aannemer in vroegtijdig stadium en zal ook het gebruik van BVP waarschijnlijk onmogelijk maken. De opmerking is dan ook onbegrijpelijk vanuit dit perspectief.

Aanbestedingsrechtelijk kan de opmerking evenmin begrepen worden. Er heeft concurrentie plaatsgevonden op basis van een opdracht die volstrekt vergelijkbaar is met die die plaatsvindt bij een opdracht voor een design-buildopdracht (UAV-GC 2005 contract). Daarnaast wordt nog eens extra concurrentie ingebouwd, omdat de aannemer weet dat hij niet de uitvoering krijgt als hij boven de afgesproken prijs (bandbreedte) gaat zitten. Er is het gevaar van de wezenlijke wijziging: in de ontwerpfase wordt het ontwerp toch nog ongeoorloofd wezenlijk gewijzigd ten opzichte van hetgeen waarop is ingeschreven. Maar dat is een gevaar, dat zich evenzeer voordoet bij design-buildcontracten. Dus dat kan deze zin niet verklaren. Wetstechnisch er ook een bezwaar: uit de tekst van de wet volgt dit gebod niet. Dus wat is de status ervan? Tot slot past de opmerking ook niet bij de sfeer en regels van de concept-aanbestedingsrichtlijn. Kortom: het is te hopen dat bij de behandeling van de conceptwet hier nog tegen opgekomen wordt. Anders snijdt de overheid zich echt in eigen vlees.

Directeur Instituut voor Bouwrecht en hoogleraar bouwrecht TU Delft

Reageer op dit artikel