artikel

Samen voordeel van verduurzamen

bouwbreed Premium

Willen we huisvesting écht verduurzamen, dan komen we uiteindelijk terecht bij de wensen van de gebruiker. De vraag die we eigenlijk zouden moeten stellen is: Hoe zorgen we ervoor dat die eindgebruiker massaal om duurzame huisvesting gaat vragen?

Rob van Bergen (ISSO), Cees Jonker (Vastgoedbelang) en Vincent Le Noble (FMN) zijn elk vanuit hun eigen vakgebied betrokken bij bovenstaand vraagstuk, en gevraagd om te participeren in de activiteiten van het Platform duurzame Huisvesting. Het Platform duurzame Huisvesting is een alliantie van een groot aantal partijen uit de vastgoedketen, begin vorig jaar opgericht. “Een heel belangrijke stap”, aldus van Bergen, die woordvoerder van de alliantie is. “Want alleen door samen te werken kunnen we als sector een echte slag slaan in de broodnodige verduurzaming van de keten.”

Een belangrijk struikelblok bij het verduurzamen van de duurzame huisvesting, is de vraag wie er betaalt en wie het voordeel heeft. In deze discussie over de zogeheten ‘split incentive’, gaat het meestal om twee partijen: de eigenaar en de huurder van een gebouw. Als oplossing is in opdracht van het platform de ‘Leidraad Green Lease’ ontwikkeld. Een handleiding waarmee je heldere afspraken kunt maken over de verdeling van kosten en baten.

Praktijk

Maar hoe zorg je er vervolgens voor dat een dergelijke leidraad in de praktijk wordt toegepast? Cees Jonker (Vastgoed belang): “De leidraad is prima, maar wel redelijk uitgebreid. Wil je dat deze ook echt wordt gebruikt, dan moet je hem niet willen spellen, maar er vooral heel praktisch mee omgaan. Volg de hoofdzaken. Dat geven we onze leden nadrukkelijk mee.”

Jonker: “Green Lease betekent een andere rol voor facilitair managers. Zij zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor duurzaamheid en moeten de contracten straks bewaken. Om hen te prikkelen kan ik me voorstellen dat er in het contract een soort bonusregeling wordt vastgelegd.”

Vincent Le Noble (FMN) denk dat er veel meer effect te behalen valt met een andere oplossing: “Volgens mij zouden vastgoedeigenaren zich meer als Esco’s moeten opstellen. Er valt nog veel te besparen als het bijvoorbeeld om energie gaat. Door het beheer van energiekosten als dienst aan te bieden aan huurders, kunnen eigenaren afspraken maken over de exploitatiekosten. Hierbij kunnen investeringen uitgevoerd door de Esco’s (lees: eigenaren) leiden tot besparingen. Die kun je incalculeren, en in maandelijkse percentages aan de huurder als korting terug geven.”

Het meekrijgen van facilitair managers is belangrijk, maar de grootste groep eindgebruikers zijn particuliere huurders. “Die moet je vooral zien te bereiken via voorlichting. Het opstellen van het verhuurderscontract is een mooi moment om te onderhandelen over duurzame oplossingen en hen mee te krijgen”, legt Rob van Bergen uit. Naast het werken met heldere afspraken in contracten, kun je ook denken in de convenantensfeer. “Kijk bijvoorbeeld naar de gemeente Amsterdam, waar ze hele concrete afspraken maken met bijvoorbeeld winkeliersverenigingen over duurzame exploitatie van winkelpanden.”

Vincent Le Noble gaat nog een stap verder: “Ik denk dat je het principe van ‘naming en shaming’ moet hanteren. Publiciteit over projecten die slecht scoren qua duurzaamheid, maakt dat anderen het beter willen doen. Naast maatschappelijke verantwoordelijk speelt concurrentie een minstens zo belangrijke rol.”

Communicatieadviseur SBR

Rotterdam

Reageer op dit artikel