artikel

Voeg kwaliteit toe aan krimpgebied

bouwbreed

Het Planbureau voor de Leefomgeving stelt dat de overheid terughoudend moet zijn met investeren in infrastructuur regio’s waarvan onzeker is of zij zullen groeien of krimpen. Wegen mogen slechts dan aangelegd, wanneer er zekerheid is over de economische ontwikkelingen van zo’n regio. Joep Rats is daar niet geheel mee eens.

Bevolkingskrimp is niet te ontkennen, evenals het feit dat dat leidt tot een veranderde vraag aan de bouwsector. Echter, juist ook in krimpgebieden kan de bouw bijdragen aan verbetering van de leefbaarheid. De opgave verschuift van kwantitatief, naar een kwalitatief vraagstuk. Dat gaf Paul Schnabel, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau in Podium 3 ook al aan. Structurele krimp op regionale schaal zal, in combinatie met ontgroening en vergrijzing, gevolgen hebben voor terreinen als wonen, ruimte, onderwijs, zorg- en welzijnsvoorzieningen en werk. Het is daarom van belang dat de gemeenten en maatschappelijke organisaties in de regio’s waar de bevolking nu al afneemt tijdig hun maatregelen nemen.

Erkenning

Ik betwijfel echter of het niet investeren in infrastructuur de juiste beslissing is. Omgaan met bevolkingsdaling vergt bewustwording bij betrokken partijen en erkenning dat bevolkingsdaling een onomkeerbaar proces is. De bestuurlijke aanpak moet daarom niet gericht zijn op het tegengaan van de afname van bevolking of aantal huishoudens, maar moet gericht zijn op het tegengaan van ongewenste effecten en zo kwaliteit aan het gebied toe te voegen. Partijen zullen in krimpregio’s moeten nadenken wat hun onderscheidend vermogen op langere termijn is en hoe ze dit gericht kunnen inzetten om hun regio nieuw elan te geven. Het is noodzakelijk een goede keuze te maken in het tempo van bouwen en in de aanleg van de infrastructuur. Door het overbruggen van grotere afstanden naar scholen en voorzieningen blijft investeren in fysieke infrastructuur noodzakelijk. Of de gevolgen van bevolkingsdaling problematisch zijn, is vooral afhankelijk van het aanpassingsvermogen van de regio. Dat vereist anticiperend gedrag van bestuurders, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties.

Transitie

Bouwend Nederland streeft te allen tijde naar gebiedsgerichte ontwikkeling. Ook voor krimpgebieden is de inzet op een transitie van kwantitatieve naar kwalitatieve regionale ontwikkeling. Daarbij is het meer dan voorheen van groot belang dat overheden en marktpartijen gezamenlijk optreden om de kansen tengevolge van de bevolkingskrimp te benutten. Publiek private samenwerking is hierbij het sleutelwoord. Bevordering van de kwaliteit van de gebouwde en te bouwen omgeving dient hierbij uitgangspunt te zijn.

Directeur economische en verenigingszaken Bouwend Nederland

Bevolkingsdaling in Nederland

Tussen nu en 2035 groeit de bevolking van Nederland als geheel nog enigszins. Er zijn echter nu al gemeenten en enkele regio’s die te maken hebben met bevolkingsdaling: de demografische voorlopers. Na 2035 neemt de bevolkingsomvang van Nederland als geheel af om zich vervolgens vanaf 2050 weer te stabiliseren. In ruim 60 procent van de gemeenten (verdeeld over nagenoeg alle gemeentegroottes) zal tot 2025 het aantal inwoners dalen.

De voorspelde krimp is in de meeste gemeenten procentueel gezien nog van beperkte omvang (tot 10 procent. Substantiële krimp (>10 procent) doet zich voor in ruim 10 procent van de gemeenten. Het betreft daarbij vrijwel uitsluitend gemeenten met minder dan 50.000 inwoners. De 100.000+ gemeenten blijven, op één uitzondering na, doorgroeien.

In 9 procent van de gemeenten neemt ook het aantal huishoudens tussen 2006 en 2025 af. Het aantal gemeenten dat wordt geconfronteerd met een substantieel dalend aantal huishoudens (meer dan 10 procent voor de periode 2005-2025) is echter gering (3 procent). Met uitzondering van Kerkrade betreft het hier kleinere gemeenten (minder dan 15.000 huishoudens).

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels