artikel

octrooiSchutkolk als inspiratiebron voor nieuwe vispassage

bouwbreed

Bij een groot niveauverschil tussen twee gescheiden waterlopen vergt een traditionele vispassage met bekkens of kamers veel ruimte en materiaal. Een buisvormige schutkolk voor vissen moet deze problemen omzeilen en kosten besparen.

Vispassages zijn constructies die het mogelijk maken dat vissen een stuw, sluis of dam passeren. Met name voor kleinere watergangen met een beperkt wateraanbod en voor niet te grote peilverschillen bedacht Wim de Wit in 1993 een eigen versie. Deze relatief compacte ‘De Wit vispassage’ bestaat uit een langwerpige bak die met schotten is verdeeld in meerdere, oplopende kamers. De vissen zwemmen via onder water gelegen openingen (‘vensters’) in de schotten van kamer naar kamer tot ze in de hogere of lagere waterloop zijn aangekomen. Om de stroomsnelheid in de vensters niet te hoog te laten worden, is per elke 5 centimeter peilverschil een kamer met venster nodig. De Wit, werkzaam bij hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden: “Het systeem werkt goed en wordt in Nederland en België steeds meer toegepast. Echt grote peilverschillen vragen echter om veel kamers, wat relatief duur wordt om aan te leggen en lastig om te onderhouden.”

Schutkolk

Voor het overbruggen van het 250 centimeter metende peilverschil tussen het Amsterdam-Rijnkanaal en de Caspargouwse wetering in de gemeente Wijk bij Duurstede, bedacht De Wit een nieuw, relatief goedkoop type vispassage. Eigenlijk is het een variant op een schutkolk zoals die wordt gebruikt voor schepen.

Deze ‘De Wit sluis-vispassage’ bestaat uit een oplopende buis die aan beide uiteinden is voorzien van een afsluitbare schuif met een elektrisch aangedreven tandheugel. In de uitgangssituatie staat één van de schuiven open – bijvoorbeeld de schuif benedenstrooms – zodat de vissen van die kant af de buis in kunnen zwemmen. De ‘bovenste’ schuif staat in dit geval op een kier, zodat de stroomsnelheid niet te hoog wordt voor de vissen en er ook niet te veel water wegloopt.

De waterstroom is wel voldoende groot om vissen te lokken. Na een kwartier wordt de benedenstroomse schuif bijna geheel dichtgedraaid, waarna de bovenstroomse schuif volop opengaat. Nu kunnen de vissen die stroomop willen de buis uit zwemmen. Als vissen juist stroomafwaarts willen, kunnen ze nu de buis in zwemmen. Na een kwartier gaat de bovenstroomse schuif weer bijna dicht en gaat de onderstroomse open.

De sluis-vispassage bij de Caspargouwse wetering heeft een lengte van 32 meter en een inwendige diameter van 85 centimeter. De passage werd 1 september officieel geopend, maar is al sinds mei druk in gebruik bij migrerende vissen.

octrooinummer: 2003948

houder: Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, Houten

uitvinder: W. de Wit

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels