artikel

Juridisch Van coördineren kun je leren

bouwbreed

Al jaren is in de Wet ruimtelijke ordening (de (gemeentelijke) coördinatieregeling opgenomen. Deze regeling werd tot voor kort slechts zelden gebruikt door gemeenten. Inmiddels lijkt daar verandering in te komen.

Onlangs heeft de Raad van State in een voorlopig oordeel weer de gevolgen van het gebruik van regeling voor de praktijk benadrukt.

De coördinatieregeling maakt het mogelijk dat meerdere besluiten tegelijk worden voorbereid en bekendgemaakt (bijvoorbeeld het ontwerpbestemmingsplan met de omgevingsvergunning). Nadat de besluiten – in principe binnen zes maanden na de aanvraag – zijn genomen en bekendgemaakt staat er direct beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling). Door gebruik te maken van de coördinatieregeling kan derhalve binnen zes maanden – en indien er sprake is van beroep, binnen iets meer dan een jaar – sprake zijn van onherroepelijke besluitvorming. Wordt geen gebruik gemaakt van de coördinatieprocedure dan kan dit al snel drie jaar duren.

Doordat de coördinatieregeling lang ongebruikt is gebleven, leven er in de praktijk altijd nog een aantal vragen ten aanzien van de regeling. Uit de praktijk komt vaak de vraag naar voren wat het gevolg is van de vernietiging van één van de gecoördineerde besluiten. In december 2010 heeft de Afdeling in het kader van een rijksinpassingsplan overwogen dat, nu dat plan werd vernietigd, eveneens de door verschillende colleges van B en W op basis daarvan verleende bouwvergunningen dienden te worden vernietigd. In voormelde uitspraak overwoog de Afdeling echter wel dat de rechtsgevolgen van het rijksinpassingsplan in stand konden blijven. Ook overwoog zij dat daarom ook de rechtsgevolgen van de bouwvergunningen in stand konden blijven. Het gevolg van een vernietigende/schorsende uitspraak ten aanzien van gecoördineerde besluiten volgt ook weer uit een recente uitspraak van de Afdeling. Op 8 augustus jl. overwoog de Voorzitter dat “een tijdens de beroepstermijn ingediend verzoek om voorlopige voorziening de inwerkingtreding van de besluiten die zijn genomen in het kader van de coördinatieregeling eveneens opschort en dat de afwijzing van een verzoek met zich mee brengt dat deze besluiten in werking treden.” De besluiten worden namelijk ingevolge artikel 8.3 van de Wro voor het beroep aangemerkt als één besluit. Het gevolg was, nu de voorlopige voorziening werd getroffen, dat ook alle 43 uitvoeringsbesluiten werden geschorst.

Kortom, de praktijk dient zich – indien de coördinatieregeling van toepassing wordt verklaard – steeds bewust te zijn van de (eventuele) gevolgen daarvan. Zoals bij ieder ruimtelijk project is daarom zorgvuldigheid geboden en een adequate toepassing van de regeling is een kwestie van goed procesmanagement. Het laatste schreef de wetgever overigens al in 2004-2005.

Advocaten op de sectie Vastgoed van Boekel De Nerée te Amsterdam

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels