artikel

juridisch: Korting op aanneemsom

bouwbreed

In augustus 2011 deed de Raad van Arbitrage (12 augustus 2011, no. 32.277) uitspraak in een zaak waarin een opdrachtgever aanspraak maakte op korting wegens termijnoverschrijding door de aannemer.

Paragraaf 42 van de UAV 1989 bepaalt dat bedrag der kortingen in het bestek wordt bepaald. In de zaak die aan de orde was bij de Raad van Arbitrage bedroeg de korting 100 euro per dag per niet opgeleverde woning. De korting is volgens de jurisprudentie van de Raad van Arbitrage een gefixeerd schadebeding. Dit houdt in dat de opdrachtgever niet naast of in plaats van de korting apart schadevergoeding kan vorderen. De kortingsbepaling in de UAV moet volgens de Raad van Arbitrage zo gelezen worden dat de korting alleen kan worden toegepast over het aantal werkdagen waarmee de termijn wordt overschreden en niet over het aantal kalenderdagen. De aannemer erkent dat niet alle woningen binnen de overeengekomen termijn van 280 werkbare werkdagen zijn opgeleverd, maar betwist dat de opdrachtgever aanspraak kan maken op korting, omdat er nadere afspraken zouden zijn gemaakt. De aannemer verwijst daarvoor naar het verslag van een bouwvergadering. De aannemer had op de vergadering voorgesteld dat de korting verschuldigd zou zijn indien en voor zover opdrachtgever door kopers zou worden aangesproken wegens termijnoverschrijding. In de vergadering is uiteindelijk besloten de discussie te parkeren met de afspraak, dat claims van bewoners inzake vertraging één op één kunnen worden doorgezet naar de aannemer. Volgens de aannemer moet dit besluit zo worden begrepen dat de opdrachtgever geen aanspraak zou maken op de kortingsregeling. Het zou namelijk uit het oogpunt van aannemer heel merkwaardig zijn om een gefixeerd schadebedrag te betalen en daarnaast de schade van de kopers van de opdrachtgever te vergoeden.

Arbiters zijn met de opdrachtgever van oordeel dat partijen de discussie slechts hebben ‘geparkeerd’ en dat partijen dus geen overeenstemming hebben bereikt over de afspraak dat de opdrachtgever geen aanspraak zou maken op de korting. Dit kan ook niet worden aangenomen op grond van het feit dat het onwaarschijnlijk is dat de aannemer ermee zou hebben ingestemd de claims van kopers voor zijn rekening te nemen als die bovenop de korting van het bestek zouden komen. De kortingsregeling die in het bestek is opgenomen blijft daarom van toepassing. Ook willen arbiters het kortingsbedrag niet matigen. Aannemelijk is dat de opdrachtgever, anders dan de aannemer stelt, wel schade heeft geleden. Bovendien is het boetebedrag niet buitensporig en daarmee niet onaanvaardbaar.

Juridisch stafmedewerker Instituut voor Bouwrecht, Den Haag

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels