artikel

Welstand is nodig als tegenmacht

bouwbreed

In Nederland mag iedereen een bouwplan indienen, maar we leven met z’n allen wel dicht op elkaar.

 Een kritische tegenmacht als Welstand blijft nodig, meent Jan den Boer, al is enige zelfkritiek op zijn plaats.

Welstand staat weer ter discussie, het college van Eindhoven heeft besloten de welstandcommissie af te schaffen. Het imago van Welstand is niet onverdeeld positief. Dagblad Trouw, toch niet de meest populistische krant van Nederland, publiceerde half juni een cartoon van Tom, waarin hij een flat tekent met bruine deuren en een groene deur. De begeleidende tekst: ‘Daar heb je het al: Belgische toestanden!!’

Om maar gelijk met de deur in huis te vallen, leg ik deze cartoon voor aan Flip ten Cate, directeur van de Federatie Welstand, de landelijke vereniging van adviescommissies voor ruimtelijke kwaliteit. Hij herkent de kritiek wel, maar is het er zeker niet zonder meer mee eens.

In Nederland is bijzonder veel eenvormig gebouwd, met name de eindeloze gelijkvormige huizenblokken in de woningbouw. Veel mensen denken dat dit mede de schuld is van de Welstand. Maar die eenvormigheid heeft veel meer te maken met de in Nederland lang overheersende modernistische visie op stedenbouw en architectuur en de manier waarop de woningnood met massaproductie werd opgelost. Had Welstand die eenvormigheid dan niet kunnen tegenhouden?

Ten Cate legt uit dat de wettelijke taak van de Welstand niet het bevorderen van allerlei prachtige architectuur is, maar voorkomen dat er iets gruwelijks wordt gebouwd. Of formeler gesteld: de Welstand beoordeelt of iets in strijd is met redelijke eisen van welstand. Als een straatwand dan eenvormig is, maar dat is kwalitatief goed uitgevoerd, dan kan de Welstand dat niet tegenhouden. Daarnaast erkent Ten Cate wel dat de Welstand natuurlijk ook een kind van zijn tijd was, en meeging in de beweging van modernisme en seriebouw.

In begin van de jaren negentig bijvoorbeeld waren er zeker vele welstandscommissies die zich hogelijk ergerden aan de historiserende woningbouw zoals gebouwd in Brandevoort en de postmoderne nieuwbouw van Natalini in het centrum van Groningen. Dat hebben ze soms ook wel proberen tegen te houden.

Willekeur

In de verdediging van de Welstand zoals de Federatie Welstand deze bijvoorbeeld ook op de website zet, wordt echter de eenzijdigheid en willekeur niet als probleem benoemd. Erkenning hiervan en uitleg van de context zou misschien goed zijn om de discussie te verhelderen? Ten Cate reageert hierop dat, om eenzijdigheid en willekeur van Welstand te voorkomen, deze vanaf 2004 hervormd is: democratischer, opener en transparant doordat gewerkt wordt vanuit een vastgestelde welstandsnota. Een heleboel oude vooroordelen over de Welstand zijn daarom niet meer actueel.

Wat betekent dat in de praktijk? In Utrecht heeft bijvoorbeeld architectenbureau Sluijmer en Van Leeuwen in de monumentale binnenstad een modernistisch huisje neergezet dat zowel qua stijl als materiaalgebruik sterk afwijkt van de omgeving. Dat heeft indertijd veel discussie opgeroepen.

Ten Cate weet niet zeker of dezelfde vakdiscussie onder de Woningwet van 2002 nog net zo gevoerd zou worden: er is nu immers een welstandsnota met criteria waar de welstandscommissie zich aan te houden heeft. Maar ook nu zal het debat gaan over de vraag hoe je aan de ene kant het traditionele beeld van een monumentale binnenstad behoudt, terwijl je anderzijds ook architectonische vernieuwing mogelijk wilt maken in een bestaand gebied.

Het zijn juist dit soort afwegingen die elke keer opnieuw gemaakt moeten worden, en waarin de Welstand toch een belangrijk tegenwicht vormt ten opzichte van de architect, de projectontwikkelaar of de particuliere bouwer. In Nederland mag iedereen een bouwplan indienen, in België mag bijvoorbeeld alleen een architect dat.

Dat dit tegenwicht in Nederland door veel mensen belangrijk gevonden wordt, bewijzen de statistieken volgens Ten Cate: 85 procent van de mensen die in contact komen met welstand geven aan dit belangrijk te vinden, Welstand krijgt hoge rapportcijfers en volgens een onderzoek van VROM vindt 95 procent Welstand belangrijk. Interessant is dat in Eindhoven ook al een tegenbeweging opkomt, van mensen die opperen dan maar zelf de Welstand te gaan organiseren.

Er is de afgelopen jaren dan ook het nodige verbeterd. De wetgever heeft de Welstand te veel in een wat Ten Cate noemt spuit elf positiegeplaatst: ze mag formeel pas op het laatste moment commentaar leveren, waardoor ze soms ook als een hindermacht wordt ervaren.

Interventie

Veel effectiever is natuurlijk een interventie aan het begin van het proces, als er alleen nog geschetst wordt, zodat er geen verrassing kan zijn als de bouwaanvraag wordt ingediend.

Vandaar dat leden van de welstandscommissies nagenoeg overal spreekuren houden en een rol hebben in het vooroverleg, voordat de bouwaanvraag wordt ingediend; ook wordt hun advies gevraagd over bestemmingsplannen en stedenbouwkundige visies.

Interessant is overigens dat in België juist naar Nederlands voorbeeld welstandscommissies worden gevormd, omdat ze zien dat dat toch belangrijk is voor kwaliteitsbewaking. Belgische toestanden krijgen op die manier een nieuwe betekenis.

Jan den Boer

Stedenbouwkundige en filosoof

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels