artikel

Betrek markt bij planontwikkeling

bouwbreed

Voorzitter Bernard Wientjes van VNO-NCW riep recentelijk op tot meer duurzame innovatie bij de aanleg van infrastructuur. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan.De (weg-) infrastructuursector werkt nog altijd traditioneel. Maar volgens Don de Mello en Maarten Wessels gloort er licht aan de horizon.

De afgelopen zestig jaar is in de branche weinig ingrijpend veranderd: wegen worden nu op nagenoeg dezelfde manier ontworpen, aanbesteed en gebouwd als decennia geleden. Het probleem is vooral dat er allerlei belemmeringen bestaan voor de noodzakelijke innovaties, als technische vernieuwingen en het proces rond ontwerp en aanbesteding. Deze belemmeringen zitten bij opdrachtgevers en opdrachtnemers.

Complex

Infrastructurele projecten zijn vaak complex en kostbaar. Ze hebben een grote impact op de omgeving en de economie, kennen zwaarwegende veiligheidsnormen en een lange levensduur. Hierdoor is de regelgeving ingewikkeld. Daarnaast hebben de verschillende overheidslagen, ministeries, agentschappen, diensten, et cetera hun eigen rol en niet altijd dezelfde belangen.

Publieke opdrachtgevers hebben de inkoopmacht om duurzame innovaties te stimuleren, maar hebben vaak onvoldoende vertrouwen. Dit komt vaak pas nadat langdurig bewijs van betrouwbaarheid is geleverd en de innovaties door de eigen organisatie en regelgeving zijn geadopteerd. Door de versnippering bij de overheid zijn integrale processen moeilijk. Gestelde prioriteiten zijn een compromis van vele om voorrang strijdende belangen. Daarnaast zijn doorgaans het budget, het mandaat en de scope van de uiteindelijk aanbestedende dienst te beperkt.

Private opdrachtnemers volgen de aanbestedingscriteria van de opdrachtgever, want daar zit het geld. De duurzame baten over de levenscyclus van een project krijgen dus ook van private kant minder prioriteit. Ook zitten ze veelal vast aan een behouden ontwerp met weinig vrijheden. Het besparen van kosten en de korte termijn zijn leidend. Geïntegreerde contracten zijn echter al een stap in de goede richting om daar verandering in te brengen.

Toch is duurzame infrastructuur wel degelijk mogelijk. Om alle partijen hetzelfde doel na te laten streven, moet de markt vanaf de planontwikkeling betrokken zijn bij de ontwikkeling van duurzame infrastructuur. Dat is onder meer gebeurd bij de N470 en de Energie-nul brug (Ramspolbrug tussen Kampen en Ens), waarin met geen of minimale meerkosten aanzienlijk meer rendement wordt behaald dan uit traditionele ontwerpen.

Dit succes komt voort uit het vroegtijdig – dus nog voordat alle officiële procedures zijn begonnen – onderzoeken van mogelijke slimme oplossingen. De businescase is financieel en risicodragend sluitend gemaakt in een zeer rigide proces.

Hoger niveau

De risico’s, kosten en (maatschappelijke) baten, en dus de rollen, moeten daarbij zo worden verdeeld dat ze de publieke opdrachtgever stimuleren vertrouwen te hebben in de prestatie van een project en de private opdrachtnemer stimuleren te innoveren. Zo kunnen ze samen stap voor stap een hoger niveau van duurzaamheid leveren, zonder afgeschrikt te raken door belemmeringen die binnen een behoudende perspectief en scope op korte termijn zeker waar lijken te zijn, maar in het grotere plaatje over de lange termijn geen opgeld doen. De middelen om de eerste stappen te zetten bestaan al.

DHV roept besluitvormers op al aan het begin van het ontwerpproces ruimte te geven om de vele concrete duurzame mogelijkheden voor hun project te ontdekken en op basis daarvan ambitieus te kiezen.

Respectievelijk senior consultant en consultant bij DHV

Amersfoort

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels