artikel

achtergrond‘Herbruikbaar hout hoort niet in biomassacentrale’

bouwbreed

Bij Baetsen Recycling in het Brabantse Son zien ze met lede ogen aan hoe steeds meer goed hout verdwijnt richting de biomassacentrales om verstookt te worden. Terwijl het materiaal goed te verwerken valt tot nieuwe bouwproducten zoals spaanplaten.

Aan de verspilling moet snel een eindekomen, meent de directie, die daarin steun krijgt van de NBvT, de Nederlandse Bond van Timmerfabrikanten en BRBS Recycling, de Branchevereniging Breken en Sorteren. Maar dan moet er wel wat gebeuren aan de ontwikkeling van nieuwe producten uit het afvalhout, meent Max de Vries, directeur/secretaris van BRBS Recycling.

Zware shovels en vrachtwagens rijden af en aan met ladingen afval over het terrein van Baetsen op industrieterrein Ekkersrijt. In grote betonnen bakken wordt het aangevoerde materiaal grof gescheiden: enorme bergen hout en houtproducten, bouw- en sloopafval, puin, folie, metalen en non-ferrometalen. Thieu Baetsen, de grondlegger die in 2004 de leiding al overdroeg maar nog steeds actief is in het bedrijf, staat er vol trots naar te kijken. Hij maakt voortdurend een praatje met het personeel.

Het voorgesorteerde materiaal, zo’n 500 ton hout per dag, verdwijnt via brekers, zeven en transportbanden in enkele grote loodsen, waarin met de hand een eerste selectie wordt gemaakt. Daarna scheiden zogeheten windshifters kleine en grove delen van elkaar. De windshifter is een soort ventilator die met grote kracht lucht over het aangevoerde materiaal blaast. Op een volgende lijn halen magneten de ijzerhoudende metalen en een eddy-current de non-ferrometalen uit het hout. Bijna alles is bruikbaar en levert uiteindelijk geld op.

Ongeveer 16 procent van het afval dat in Son wordt afgeleverd bestaat uit hout dat voor een groot deel gerecycled kan worden. Bij 70 tot 80 procent lukt dat, de rest wordt elders als biomassa verwerkt. Eenderde van het hout komt uit de eigen sortering van bouw- en sloopafval, de rest wordt aangeleverd door marktpartijen. Baetsen draait met 285 personeelsleden een omzet van 50 miljoen euro.

Het tot kleine deeltjes verwerkte hout gaat voor het grootste deel naar de fabrikanten van spaanplaat in België en Duitsland. Het hout komt dus terug in de keten als bouwmateriaal. Maar er zijn bedreigingen. Volgens Peter Lamers, die samen met Stephan Kuiken en Hans van Roosmalen de huidige directie van Baetsen vormt, neemt het aantal fabrieken waarin spaanplaat wordt gemaakt, af. “Misschien heeft dat met de huidige crisis in de bouw te maken, maar we zien ook een opmars van concurrerende materialen als het van houtvezels geperste board mdf en osb, platen van houtschilfers.” Deze worden uit nieuw hout vervaardigd.

Ladder van Lansink

Baetsen wil graag werken volgens de zogeheten Ladder van Lansink. Zoals de bouw de CO2-ladder hanteert, kent de afvalsector zijn eigen ladder die de milieuvriendelijkheid van de werkwijze bepaalt. In 1979 al werd een motie van politicus Ad Lansink aangenomen die de rangorde van afval verwerken voorschreef: eerst kijken hoe je de afvalstroom kan beperken, dan recyclen, vervolgens verbranden en als het echt niet anders kan: storten.

Bert Kattenbroek, marketing- en communicatiemanager van de NBvT, vindt Baetsen een voorbeeldbedrijf op het gebied van recyclen. Uit het afval komen uiteindelijk ruim twintig stromen van herbruikbare delen. Kattenbroek is een groot voorstander van recyclen in plaats van verbranden van hout. Hij wijst erop dat hout als enige bouwmateriaal vanzelf groeit en daarbij CO2opslaat. “Probeer dat nou zo lang mogelijk vast te houden in de CO2-keten in plaats van te verbranden. Dat kan altijd nog.”

Max de Vries van BRBS Recycling valt hem bij. Hij meent dat overheden, waaronder ook de Europese Unie, te snel kiezen voor verwerking als biomassa. Hij wijst op het onderzoek ‘Saving Materials’ naar de bijdrage van duurzaam afvalbeheer en recycling aan broeikasgasreductie in Nederland. “Daaruit blijkt dat de emissiereductie van 4,5 miljoen ton CO2die we nu realiseren volledig voor rekening komt van recyclen en 0 procent door verbranden. Het wordt tijd dat we de recyclebedrijven daarvoor eens gaan belonen,” meent De Vries.

Voedselproductie

Wat de teelt betreft gaat naar zijn inschatting het zogeheten landgebruik voor produktiebossen een steeds grotere rol spelen in de levenscyclusanalyse (LCA) van hout. De Vries: “Dat gaat namelijk wringen met de voedselproductie.” Het gevolg zou zijn dat het areaal bos op den duur kleiner wordt omdat het plaats moet maken voor onder andere de agrarische industrie. Het lijkt De Vries nuttig dat de houtindustrie en de recyclingbedrijven gezamenlijk gaan nadenken over innovatieve toepassingen van het gerecyclede hout zoals dat bedrijven als Baetsen verlaat. En niet alleen dat: “Laat de houtindustrie maar voorschrijven waaraan gerecycled hout moet voldoen.”

Baetsen Recycling

Baetsen Recycling heeft afgelopen winter bij de hoofdvestiging in Veldhoven een 2,6 hectare grote terreinverharding gerealiseerd met recyclingbeton. Het granulaat hiervoor, een product van de verwerking van het bouwafval, kwam van een betonnen schoolgebouw in Valkenswaard. Baetsen ziet het zelf gebruiken van het materiaal als een teken van geloof in de kwaliteit en duurzaamheid van het materiaal. Het bedrijf heeft met enkele grote sloopaannemers contracten afgesloten voor de levering van 100.000 ton zuiver beton per jaar. De directie van Baetsen, dat ook al wegen en fietspaden van gerecycled beton heeft aangelegd, is ervan overtuigd dat grootschalige toepassing in het verschiet ligt.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels