artikel

Terzijde: Koeien-in-de-wei-norm

bouwbreed

Klopt het dat een kwart van de melkkoeien nooit meer in de wei komt? Ja, antwoordde de staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Hij ging in op Kamervragen van de PVV en benadrukte de kwaliteit van de huisvesting belangrijk te vinden.

Zowel voor koeien die ‘permanent opgestald zijn’ als voor koeien die ook ‘weidegang’ hebben. Henk Bleker ging er prat op dat hij die ontwikkeling stimuleert met de subsidie Integraal Duurzame Stallen.

Wat mij als koeienleek verwondert is dat de altijd gewoon gebleven Bleker met geen woord repte over de koe die niet weet dat er een wereld buiten is. Laat staan dat die koe beseft dat daar gras groeit.

In de auto terug richting huis, telde ik de koeien in de wei. Pal langs de pas fraai verbrede A12 nam ik echter alleen schapen waar. Op nog geen dertig meter afstand.

“Wat is er erger?”, dacht ik ineens. Een koe die nooit buiten komt, of een schaap dat dagelijks bloot gesteld wordt aan geluidshinder en stank. Misschien wil die melkkoe wel helemaal niet in de schoenen van dat schaap staan. En is het schaap wel stikjaloers op de melkkoe die van de staatssecretaris een duurzame stal krijgt.

Nooit hoor ik klachten over dieren die vlakbij snelwegen wonen. In het politieke debat gaat het over ingewikkelde geluidproductieplafonds, over fijnstofnormen die dan weer wel, dan weer niet gehaald worden.

“Mag FrieslandCampina rondbazuinen dat zijn melk van koeien uit de wei komt?”, wilde de PVV tot slot weten? Volgens Bleker spreekt de zuivelfabrikant de zuivere waarheid. Maar om bij het poldermodel te blijven. Er bestaat een koeien-in-de-wei-norm: 70 tot 80 procent van de FrieslandCampina-melkveehouders past weidegang toe. Die koeien zijn minstens 120 dagen, 6 uur buiten. Ik heb het gehad met normen die de ondeskundige niet begrijpt. Dat is mijn waarheid van de koe. Maar, goed ik ben een buitenstaander.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels