artikel

Branchering: onderbouwing telt

bouwbreed

In het ruimtelijke ordeningsrecht is een grote rol weggelegd voor bestemmingsplannen. Hierin worden regels opgenomen die zien op de bestemmingen zoals weergegeven op de bij het plan behorende verbeelding. In de toelichting wordt onderbouwd waarom sprake is van goede ruimtelijke ordening.

In het Besluit ruimtelijke ordening (‘Bro’) is geregeld dat een bestemmingsplan ook regels kan bevatten die eisen stellen aan de vestiging van bepaalde branches van detailhandel en horeca. Branchering – ter bevordering van de ruimtelijke economische kwaliteit – in een bestemmingsplan is dus mogelijk. De eisen ten aanzien van de vestiging van bepaalde branches van detailhandel, moeten worden gemotiveerd vanuit overwegingen van ruimtelijke kwaliteit en niet slechts zijn gebaseerd op argumenten van concurrentiebeperking.

Wat onder ruimtelijke kwaliteit wordt verstaan is in de wetgeving of toelichting daarop minimaal uitgewerkt. Gesproken wordt over ruimtelijke ordeningsmotieven zoals het voorkomen van ontwikkelingen die ongewenst zijn vanuit ruimtelijke kwaliteit, overlast, bereikbaarheid voorzieningen, leegstand en leefbaarheid. Uit de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat ook te denken valt aan ontwikkelingen die invloed hebben op het woon- en leefklimaat, die (geluids-) overlast veroorzaken of zorgen voor parkeerdruk (verkeeraantrekkende werking).

Dat niet slechts argumenten van concurrentiebeperking ten grondslag kunnen worden gelegd aan de eisen voor vestiging van bepaalde branches van detailhandel sluit aan bij de regels uit de Europese Dienstenrichtlijn en het in het Bro toegevoegde artikel 1.1.2. Hieruit volgt dat bij het stellen van regels in een bestemmingsplan voorkomen moet worden dat strijd ontstaat met de vrijheid van vestiging. Op grond hiervan mogen dus niet enkel economische criteria ten grondslag liggen aan de (brancherings)regels.

Als een gemeente brancheringseisen opneemt in een bestemmingsplan moet zij die goed onderbouwen met de juiste ruimtelijke argumenten. Dat brancheringseisen noodzakelijk zijn om duurzame ontwrichting te voorkomen vanuit consumentenbescherming, is mogelijk wel een geldige onderbouwing. Consumentenbescherming kan immers worden aangemerkt als een ‘dwingende reden van algemeen belang’ in de zin van de Dienstenrichtlijn. Duurzame ontwrichting wordt vrijwel nooit aangenomen.

Als duidelijk is dat de gemeente slechts economische motieven ten grondslag legt aan de brancheringseisen en een deugdelijke onderbouwing ontbreekt, maken bezwaarmakers met een verwijzing naar de regels voor branchering en de Europese Dienstenrichtlijn kans om het bestemmingsplan – danwel de daarin opgenomen branchering – bij de Raad van State (gedeeltelijk) te laten vernietigen. De onderbouwing van brancheringseisen is dan ook van groot belang!

Advocaten op de overheidspraktijk van Boekel De Nerée, Amsterdam.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels