artikel

Teken eerst de openbare ruimte

bouwbreed

Wat zijn de belangrijkste elementen voor succesvol binnenstedelijk bouwen? Jan den Boer vroeg Sjoerd Soeters naar de essenties.

Wat zijn de belangrijkste elementen voor succesvol binnenstedelijk bouwen? Jan den Boer vroeg Sjoerd Soeters naar de essenties.

“Er staat een man in het landschap naast een steen. De steen is een zitplek. Naast de steen staat een boom, deze geeft schaduw. In de wolken zijn de goden. De basis vraag voor een architect is: hoe ga je deze man een woonplek geven. Er zijn twee soorten architecten. De eerste is de architect-god: hij smijt een geniaal plan omlaag uit de wolken, de man moet het ermee doen. De tweede is een mens die naast de man op de steen gaat zitten en vraagt: ‘Wat heb je nodig.’ De eerste architect is de creationist, deze maakt esthetische plannen, doodse plannen die na 30 jaar rijp voor de sloop zijn. De tweede architect is de darwinist, hij gaat kijken naar de verlangens, onderzoekt alles wat nodig is, maakt een voorstel, onderzoekt verder, tot alle wensen optimaal vormgegeven zijn. De belangrijkste vraag van de tweede architect is: hoe breng ik het tot leven, op zo’n manier dat het eindeloos door kan ontwikkelen.”

Positie

Sjoerd Soeters vertelt dat hij dit verhaal regelmatig voordraagt aan studenten. Het is duidelijk welke positie hij als architect kiest: de tweede. En hij is succesvol, in veel binnensteden van Nederland heeft hij levendige plannen vormgegeven. Ook plannen als Java eiland en Haverleij doen het goed bij veel bewoners, maar soms wat minder bij collega architecten en critici.

Een van zijn nieuwste plannen is Oostpoort, ten oosten van het Amsterdamse centrum, tussen de spoorlijnen naar Amersfoort en Utrecht. De bouw is nog bezig, dus ik kan nog niet helemaal beoordelen of het hier gaat lukken. Maar op een aantal plaatsen is al duidelijk dat zijn visie op stedelijkheid en de relatie tussen openbare ruimte en gebouwen ook hier weer vorm krijgt. Wat zijn nu volgens Soeters de belangrijkste elementen voor succesvol binnenstedelijk bouwen?

Hij zegt dat het eigenlijk heel eenvoudig is. Eerst de openbare ruimte tekenen, dan de gebouwen. Niet andersom zoals meestal gebeurt. De openbare ruimte moet compact en klein zijn. Niet alleen vanwege planeconomische motieven, maar vooral omdat een middeleeuwse dichtheid tegemoetkomt aan de menselijke maat. Praktisch gezien betekent dat in een winkelstraat een breedte van zes tot negen meter en een plein nooit groter dan 25 meter. Dat is de afstand waarop je nog een gezicht kunt herkennen. Op die manier maakt Soeters de openbare ruimte vanuit de psychologie van de menselijke ontmoeting. Dat is volgens hem de verborgen reden van het succes van zijn plannen.

Het planproces gaat ook over ontmoeten, maar dan tussen alle belanghebbenden. Soeters simuleert een historisch ontstaan van de stad, inclusief alle belangen en partijen. Hij noemt dat een versnelde evolutie van het plan.

Lukt het Soeters dan met iedereen goed af te stemmen? Zeker niet, met name de welstand leidt dikwijls tot problemen. De welstand denkt meer vanuit het esthetisch purisme, terwijl Soeters juist gaat voor de levendigheid in de stad, maar dat betekent in de praktijk ook durven bouwen vanuit een lappendeken die zich langzaam maar zeker ontwikkeld. Dat vraagt vertrouwen in de supervisor in plaats van exegese van de betekenis van een welstandsnota of een beeldkwaliteitsplan.Geeft Soeters dan een garantie dat hij het altijd goed doet als supervisor? Dat nu ook weer niet.

Blamage

Het Muziekmakerscentrum in Oostpoort is een lelijk gebouw geworden. Soeters: “Het is een blamage, ik ben veel te meegaand geweest.” Oorspronkelijk had het gebouw van duurzame materialen zoals baksteen gebouwd moeten worden, maar de architect had een prachtige plaatmateriaal ontdekt, dacht hij. Maar in de lappendeken ontwikkeling van Soeters is een dergelijk gebouw geen ramp. Smaak verschilt, misschien vinden andere mensen het wel mooi. En door de wijze waarop Soeters vorm geeft aan de stad, gaat het gebouw op in het geheel, het wordt geen icoon die in zijn eentje het hele beeld bepaald, daarom kunnen er ook verschillen zijn, ook in esthetische kwaliteit.

Maar naast deze ‘misser’ lijkt het plan zich succesvol te ontwikkelen. Op dit moment zijn er 50 procentvan de winkels verkocht of verhuurd, wat erop wijst dat winkeliers een bijzonder groot vertrouwen in dit plan hebben. Ook dit deel van Amsterdam, het gebied van de vroegere gasfabriek, wordt op deze manier tot leven gebracht.

Stedenbouwkundige en filosoof

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels