artikel

Delen Bouwbesluit goed voor de bouw

bouwbreed

De instrumenten die worden gebruikt om de materiaalmilieuprestatie in de bouw te berekenen, gaan alle uit van één bepalingsmethode met rekenregels en één nationale milieudatabase. Dat is goed nieuws voor alle partijen in de bouw, vindt Harry van Ewijk.

Hoofdstuk 5 van het ontwerp-Bouwbesluit 2012, waarmee de ministerraad op 29 april instemde, omvat technische bouwvoorschriften uit het oogpunt van energiezuinigheid en milieu. Energiezuinigheid, geregeld via de energieprestatiecoëfficiënt (epc) zoals beschreven in de onlangs geactualiseerde norm NEN 7120, kenden we al. Nieuw is een artikel over duurzaam bouwen dat aangeeft dat de uitstoot van broeikasgassen en de uitputting van grondstoffen moet worden gekwantificeerd volgens de SBK-bepalingsmethode milieuprestatie gebouwen en gww-werken.

Met deze twee milieuaspecten, uit een groter aantal dat de bepalings-methode beschrijft, wordt aangesloten bij de belangrijkste Europese aandachtsgebieden: uitstoot van broeikasgassen en uitputting van grondstoffen, recycling en hergebruik.

Eisen, in de vorm van een bepaalde uitstoot van broeikasgassen of niveau van uitputting grondstoffen, worden overigens niet gesteld in het Bouwbesluit 2012. Het gaat nu alleen om het kwantificeren. Op die manier krijgt de bouwsector de gelegenheid zowel ervaring op te doen als verantwoordelijkheid te nemen.

Gebouwalternatieven

Daarmee komt nu ook de materiaalmilieuprestatie in beeld en kunnen de twee prestaties (milieu- en energieprestatie) in samenhang worden bezien.

Dat is van belang, omdat uit berekeningen met de gebouwmodellen blijkt, dat energieverbruik in de gebruiksfase van een gebouw in orde van grootte vergelijkbaar is met de milieu-impact van het materiaalgebruik van een gebouw voor bouw, onderhoud en vervanging gedurende de hele levensduur.

Een tweede reden waarom dit van belang is, is dat voor een betere energieprestatie van een gebouw veelal meer materiaal nodig is, toegepast als bijvoorbeeld schilisolatie of in installaties. Door de energie- en materiaalmilieuprestatie beide te bepalen en integraal te bezien, kunnen optimale keuzes worden gemaakt.

De kennis hier achter is ongeveer 15 jaar oud. Bij het uitvoeren van milieugerichte levenscyclusanalyses (lca) van bouwproducten werd destijds al geconstateerd dat je niet zozeer bouwproducten wilt vergelijken, maar de prestatie van een product toegepast in een gebouw. Of, beter nog: het vergelijken van de prestatie van gebouwalternatieven. En dus werden gebouwmodellen ontwikkeld die, analoog aan kostencalculatieprogramma’s, de milieukosten berekenden gebaseerd op lca. Voorbeelden zijn Eco-quantum, Greencalc en GPR-gebouw. Volgens hetzelfde principe werkt Dubocalc, dat wordt gebruikt in de grond-, weg- en waterbouw. Het voordeel van een dergelijke aanpak is dat genuanceerde resultaten worden verkregen over de meest geschikte combinatie van schil, installatie en materiaalkeuze op basis van energie- en materiaalprestatie, waarbij rekening wordt gehouden met onder meer levensduur, onderhoud en recycling.

Dat was anders bij de diverse voorkeurslijsten die destijds in gebruik waren. Een architect behoudt nu de vrijheid om welk bouwproduct dan ook toe te passen, zolang op gebouwniveau maar aan de eisen wordt voldaan.

Methode

Wat verder voor alle partijen in de bouw goed nieuws is, is dat de verschillende instrumenten die worden gebruikt om de materiaalmilieuprestatie in de bouw te berekenen, nu alle gebruik (gaan) maken van één en dezelfde bepalingsmethode met rekenregels en één nationale milieudatabase. Dat scheelt frustratie en kosten ten opzichte van de huidige situatie waarin je van project tot project (van opdrachtgever tot opdrachtgever) geconfronteerd kunt worden met verschillende eisen.

Daar waar van hetzelfde ontwerp een score wordt berekend, komen er uit de verschillende instrumenten dezelfde scores. Door de gevolgde systematiek is er straks een gelijke grondslag voor rekeninstrumenten als GPR-gebouw en Greencalc, evenals voor certificering van vastgoed volgens Breeam-nl systematiek.

Bovendien kan iedereen die zich erin wil verdiepen, van stap tot stap inzicht krijgt in hoe de prestatiescore tot stand komt. Zowel de bepalingsmethode als de database wordt beheerd door de Stichting bouwkwaliteit. De bepalingsmethode is via de website www.bouwkwaliteit.nl vrijelijk verkrijgbaar, de milieudatabase is transparant met beschreven kwaliteitsborging. De bepalingsmethode sluit aan op Europese (norm) ontwikkelingen en wordt daarop permanent bezien.

Al met al zal het voorschrift een belangrijke aanwinst zijn bij het streven naar een duurzame gebouwde omgeving.

Senior consultant bij IVAM UvA en voorzitter technisch inhoudelijke commissie van Stichting Bouwkwaliteit (SBK)Dit is het eerste deel van een serie over de gevolgen van het nieuwe Bouwbesluit.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels