artikel

Verlaag milieubelasting bouw echt

bouwbreed

Duurzaamheid zit niet in nieuwbouw en technologie, vindt Ronald Rovers. Er zijn andere en effectievere oplossingen. Afname van materiaal- en energiegebruik bijvoorbeeld.

Onlangs is het nieuwe gebouw voor het Instituut voor Ecologie in Wageningen NIOO opgeleverd. Het project was geselecteerd voor de prijs van duurzaamste bedrijfsgebouw van Nederland, en het NRC-Handelsbladbeschreef het gebouw zelfs als “van top tot teen duurzaam”.

Op die manier wordt onder duurzaamheid alles meegenomen wat tot de verbeelding spreekt, maar als duurzaamheid wordt vertaald in daadwerkelijk verlagen van de milieubelasting en een voorbeeld voor een bouwpraktijk die ook in de toekomst vol te houden is, slaat dit de plank volkomen mis. Nu is er niets mis met het gebouw van NIOO – er worden interessante maatregelen en technologieën getest – maar duurzaam is iets anders.

Op de eerste plaats is dit nieuwbouw; dat is sowieso al niet duurzaam op grotere schaal in een krimpende markt met veel leegstand. Maar wat het echt beroerd maakt, is dat een prima oud gebouw op exact die plaats ervoor is gesloopt. Met een paar ingrepen had dat ook geschikt gemaakt kunnen worden, wat de totale milieubelasting om te voorzien in bruikbare vierkante meters op die locatie aanzienlijk lager had gehouden.

Nota bene de (milieu-) universiteit Wageningen heeft opdracht gegeven en het NIOO de maagdelijke hectaren geschonken. Het is op die manier waarschijnlijk buiten de beschouwing gelaten.

Voorts is geen spoor te bekennen van de sloopmaterialen die in de nieuwbouw verwerkt hadden kunnen worden.

Ambitie

Het gebouw is helemaal geen ‘nul -energie gebouw’. Nul-energie wil zeggen dat het gebouw een laag energiegebruik heeft en geheel voorziet in de resterende energiebehoefte door eigen hernieuwbare bronnen, bijvoorbeeld zonne-energie en aardwarmte. Als heel Europa zich aan het voorbereiden is op de onvermijdelijke nul-energie gebouwen, en deze ook al talloze malen gerealiseerd zijn, is een gebouw dat dit niet doet, geen voorbeeld. Als we daadwerkelijk iets willen bijdragen is een nul-energie ambitie wel het minste wat een duurzaam gebouw zou moeten hebben. In Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk zijn er talloze voorbeelden van, zelfs van gemeenten die al geheel nul-energie zijn.

Wat betreft de wel gebruikte materialen is er weinig concrete informatie te vinden. Een kort bezoek laat zien dat voor de hoofdbouw een betonnen constructie is gebruikt, hier en daar verborgen achter houten aftimmering. Beton, en met name cement, moet als eerste worden vermeden: het cementdeel draagt globaal voor 6 tot 7 procent bij aan de totale werelduitstoot aan CO2, en stijgt naar 10 procent (cijfers IEA). Als het alleen voor de laboratoriumvloer wordt gebruikt, valt het nog te verantwoorden, maar creatievere oplossingen lijken mogelijk geweest.

Gekozen is voor een vacuüm toiletsysteem, dat als voordeel heeft dat er geen water bij te pas komt en een hoog effectieve, want geconcentreerde, aanpak in de zuivering mogelijk maakt. Dat vergt echter enorme hoeveelheden staal voor de toiletten en een aparte infrastructuur en behandeling, en dus enorm materiaal- en energiebeslag. Vacuümsystemen zijn niet de oplossing; dat kan de wereld niet aan. Die is al overbelast met grondstoffengebruik. Met nieuwe systemen verhogen we dat nog exponentieel. Eerste berekeningen wijzen uit dat een effectieve aanpak van waterzuivering (inclusief energie- en materiaalgebruik) het installeren van composttoiletten betreft. Hiervoor is geen water nodig. De toiletten zijn te maken van hernieuwbare materialen en vergen vrijwel geen infrastructuur (lees materialen ). Bovendien bespaart dit type toiletten technologie, die zelf weer inzet van materialen en energie vergt. Technologie is meestal niet de oplossing, maar een vlucht naar voren.

Triest

Voor het duurzaamste bedrijfsgebouw waren vier gebouwen genomineerd. Naast het NIOO waren dat de Watertoren (hergebruik) in Bussum, TNT distributiecentrum Veenendaal, en het kantoor van Rijkswaterstaat (RWS) in. Daarvan komt (als nieuwbouw) RWS in Terneuzen nog het dichtst bij bovenstaande benadering. Dat is nogal triest als je weet dat dit gebouw er al tien jaar staat.

Overigens kwam de watertoren als winnaar uit de bus; hergebruik dus van een bestaand gebouw. Er is nog hoop.

Duurzaamheid zit niet in nieuwbouw en technologie, die het effect slechts versterken, maar in daadwerkelijke en absolute afname van materiaal en energiegebruik. En dat leidt vaak tot heel andere oplossingen.

Lector Duurzame Gebouwde Omgeving een het Research Institute built environment of tomorrow, RiBuilT/HSZuyd

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels