artikel

Welstandsbeleid is waardevol

bouwbreed

Het aantal klachten over welstand is in vergelijking met enige jaren geleden substantieel verminderd. Volgens Willem Hein Schenk is het afschaffen van welstandscommissies een overtrokken reactie op incidentele problemen bij planbeoordelingen.
Welstandrammen is, afgaande op de artikelen en opiniestukken die in de laatste weken zijn verschenen, een favoriete bezigheid van niet-ontwerpende professionals in de bouw. De bekendmaking van oud-minister Donner (wonen) dat gemeenten voortaan zelf kunnen beslissen hoe zij de uitvoering van welstandsbeleid vormgeven en dat dit niet noodzakelijkerwijs door een welstandscommissie hoeft te gebeuren heeft aardig wat tongen losgemaakt. De teleurstelling dat welstand niet geheel was afgeschaft was bij de schrijvers groot. Wat mij bij het lezen van de stukken opvalt is dat tegenstanders van welstand veelal hun polemiek baseren op achterhaalde mythen en sagen over welstandbeoordelingen door commissies. Modern en professioneel welstandsbeleid beoordelen aan de hand van persoonlijke ervaringen die men soms meer als twintig jaar geleden heeft gehad, is krachteloos en een stoot onder de gordel.

Kostenpost

Het roept moedwillig een beeld op dat bijdraagt aan de gedachte dat ruimtelijke kwaliteitszorg uitsluitend een maatschappelijke kostenpost zou zijn. De maatschappelijke baten worden daarbij niet beschouwd. De schijndiscussie over het wel of niet toepassen van een welstandscommissie leidt bovendien van het onderwerp af waar het eigenlijk over zou moeten gaan: “Hoe borgen we in het dichtst bevolkte land van Europa dat we een goede kwaliteit van de gebouwde omgeving voor alle burgers houden en krijgen?” Het zou hierbij interessant zijn eens te onderzoeken hoe de vierkantemeterprijzen van woningen in welstandsgebieden zich hebben ontwikkeld in vergelijking tot welstandsvrije gebieden. Ik vermoed dat menig fervent tegenstander van welstand wel eens beteuterd zou kunnen kijken bij deze vergelijking. Welstand zorgt er namelijk voor dat gemeenten een goed instrument in handen hebben voor het borgen van de kwaliteit van de gebouwde omgeving en hierdoor voor waardevermeerdering van onroerend goed. Het zorgt ervoor dat de individuele wensen en smaken van bewoners gerealiseerd worden op een manier die de ruimtelijke kwaliteit van de buurt, stad en landschap versterkt. Zoiets waardevols moet je niet afschaffen of aan een ambtenaar overlaten die projecten toetst aan bestemmingsplannen. Anders dan planologische randvoorwaarden die in een bestemmingsplan zijn vastgelegd, vraagt de beoordeling van ruimtelijke kwaliteit namelijk om meer dan een meetlint. Het vraagt om onafhankelijke professionals met verstand van zaken. Vele gemeenten hebben de beoordeling van de ruimtelijke kwaliteit daarom niet voor niets uitbesteed aan professionele organisaties. Het is bovendien een illusie om te denken dat de afschaffing van welstand ertoe zal leiden dat binnen gemeenten er geen discussie meer zal zijn over de beoogde ruimtelijke kwaliteit van bouwplannen. Die discussie zal er altijd zijn. Afschaffing heeft onvermijdelijk tot gevolg dat plannen weer in achterkamertjes worden beoordeeld. Het proces en de kwaliteit van projecten wordt onvoorspelbaar en de doorlooptijd wordt langer in plaats van korter. Zowel de belangen van opdrachtgever als de ruimtelijke kwaliteit van steden en landschappen zijn hier niet mee gediend.

Geen politieke speelbal

Het beeld dat door Bernard Wientjes en Chris Zijdeveld in de media wordt opgeroepen betreft veelal ervaringen met welstand die ouder zijn dan tien jaar. Welstand heeft namelijk sinds de introductie van welstandsnota’s in 2003 grote stappen voorwaarts gezet op weg naar een kwalitatieve beoordeling van plannen die onafhankelijk, transparant en controleerbaar is. Zittingen zijn altijd openbaar en beoordelingen zijn geen politieke speelbal meer van ambtenaren en wethouders. Dat is een groot goed. Dat wil niet zeggen dat er nooit problemen bij een beoordeling zijn. Klachten over welstand zijn in vergelijking met enige jaren geleden echter substantieel en meetbaar verminderd. Welstand(commissies) afschaffen is een overtrokken reactie op incidentele problemen bij planbeoordelingen. Laten we alsjeblieft ophouden met welstandrammenen het kind niet met het badwater weggooien. Het alternatief is voor alle betrokkenen veel slechter.

Voorzitter Bond van Nederlandse Architecten (BNA)

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels