artikel

Rechtbank of bouwarbitrage

bouwbreed

Voor justitiabelen is het soms moeilijk kiezen tussen overheidsrechter en gespecialiseerde bouwarbitrage bij de Raad van Arbitrage voor de Bouw. Wat zijn de verschillen en hoe maak je een gefundeerde keuze voor de één of de ander?

X en de Bouwcombinatie vragen een beslissing van de rechtbank over de financiële afwikkeling tussen partijen van een complex en omvangrijk bouwproject te Y. Beide partijen maken elkaar per geschilpunt vele uiteenlopende verwijten. Het project is logistiek en technisch complex en is zeer moeizaam verlopen.

De rechtbank geeft aan het omvangrijke dossier meerdere malen zorgvuldig te hebben bestudeerd. Zij heeft daaraan veel tijd en dus overheidsgeld besteed, aldus de rechtbank. Maar ondanks alle tijd en moeite die de rechter erin stak, is het hem niet mogelijk vast te stellen welke partij per geschilpunt het feitelijk en/of juridisch gelijk aan haar zijde heeft.

Volgens de rechtbank zou het dan ook praktischer zijn geweest als de partijen, X en de Bouwcombinatie, bij een specialistisch en omvangrijk bouwproject als dit in hun contract met bestek gespecialiseerde bouwarbitrage zouden zijn overeengekomen in plaats van de bevoegdheid van de gewone civiele rechter.

De rechtbank ziet in deze specifieke bouwzaak geen andere mogelijkheid dan nu de knoop in eerste aanleg door te hakken. Zij doet dat door alle ingestelde vorderingen af te wijzen.

Ook in een andere uitspraak komt dit recent aan de orde (Rb. Almelo 11 mei 2011, LJN: BQ8180):

‘4.6.3 (…) Ook hier wenst de rechtbank ter comparitie met partijen van gedachten te wisselen over het aantal te benoemen deskundigen, de perso(o)n(en) van de te benoemen deskundige(n), de aan deze(n) te stellen vragen en het voorschot op de kosten van de deskundige(n) en wil zij met partijen van gedachten wisselen over de alternatieve mogelijkheid dit onderdeel van het geschil af te splitsen van de onderhavige procedure en voor te leggen aan de Raad van Arbitrage voor de Bouw, of aan andere ter zake deskundige (bouw-)arbiters.’

In het arbitrale speelveld zijn echter ook andere bewegingen te zien. Zo achtte het Hof Leeuwarden blijkens een recente uitspraak (5 juli 2011, LJN: BR2500) het arbitragebeding uit art. 21 AVA onredelijk bezwarend.

Op grond van bovenstaande uitspraken lijkt gespecialiseerde bouwarbitrage inhoudelijk de aangewezen keuze, maar deze uitspraken zijn uniek. Een gefundeerde keuze tussen overheidsrechter of gespecialiseerde bouwarbitrage bij de Raad van Arbitrage voor de bouw is moeilijk te maken.

Juridisch stafmedewerker/redacteur Instituut voor Bouwrecht, Den Haag

www.ibr.nl/actueel

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels