artikel

Commentaar / Witte lijst

bouwbreed Premium

De Rijksgebouwendienst is begonnen met het opstellen van een ‘witte lijst’ met de best presterende bouwers.

Het bepalen van een rangorde binnen die lijst is daarbij het lastigste punt. Het werkt motiverend om bovenaan de lijst te komen, is de gedachte van de opdrachtgevers. Zo’n witte lijst voor de bouw werkt nog beter als een toppositie garant staat voor extra beloningen. De basis is bouwers te belonen die vakwerk leveren, meedenken met de opdrachtgever en oplossingsgericht werken. Een bedrijf zal nog een stapje harder willen lopen, als extra inspanningen bij een volgende opdracht meewegen.

De koppeling van de witte lijst aan een gunningsvoordeel is een stap te ver voor Rijksgebouwendienst en Rijkswaterstaat. Dat is jammer, want een beloning zoals bij de CO2-ladder van ProRail heeft een enorme impuls gegeven aan een duurzame spoorsector. Iets vergelijkbaars zou kunnen gebeuren in het bouwproces en de ketenintegratie. Het grote probleem van een ranglijst is echter wie de volgorde bepaalt en hoe wordt gemeten. De basisgedachte is mooi, maar de invulling in de praktijk een stuk lastiger. Er ontstaat een lawine van dilemma’s: het dramatische verloop van een bouwproject of budgetoverschrijding is niet altijd de schuld van een bouwer. En mag een ingewikkeld project van 10.000 euro net zo zwaar meewegen als een simpel project van 1 miljard? En hoe weegt een incident of een falende manager mee? Op welke plek eindigen grote bouwers met verschillende lokale vestigingen? En is een installatieklus wel te vergelijken met een wegenbouwproject?

Kortom, zonder transparant meetsysteem, zal zo’n witte lijst binnen de kortste keren ten prooi vallen aan een juridisch steekspel over de rangorde. Vooral degenen die onder aan de lijst bungelen of niet op de lijst staan zullen zich roeren, waarschuwen juristen. Na jaren praten, durven opdrachtgevers de stap eindelijk aan en de tijd zal leren of het kan werken.

Reageer op dit artikel