artikel

Wetvoorstel beoogt meer bescherming voor huurders van winkelruimte

bouwbreed

Huurders van winkelruimte worden in de praktijk steeds vaker geconfronteerd met opzegging van de huur wegens renovatie.

Als het aan de partijen SP, PvdA, CDA en Groen Links ligt, moeten deze huurders daartegen voortaan beter worden beschermd. Deze partijen hebben hiertoe een wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer. De verwachting is dat het wetsvoorstel wordt aangenomen, aangezien deze partijen een meerderheid in het parlement hebben. Partijen aan de verhuurders zijde hopen dat er nog wel kritische vragen worden gesteld – en daarmee wijzigingen worden doorgevoerd – voordat het wetsvoorstel daadwerkelijk zijn intrede zal doen.

Onder de huidige wetgeving kan een verhuurder relatief eenvoudig de huur opzeggen op grond van renovatie. De verhuurder hoeft slechts aannemelijk te maken dat hij het verhuurde pand dringend nodig heeft voor eigen gebruik. Daaronder valt ook renovatie. Slaagt de verhuurder hierin, dan wijst de rechter de vordering tot beëindiging van de huur toe. Voor een belangenafweging is geen plaats. De huurder heeft verder geen recht op schadeloosstelling. Wel kan de rechter een tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten toewijzen. Deze opzeggingsgrond kan al worden ingeroepen na de eerste huurtermijn van vijf jaar en wordt met name gebruikt bij grootschalige renovatieprojecten in winkelcentra.

De indieners van het initiatiefwetsvoorstel en ook verschillende brancheorganisaties menen dat verhuurders in de praktijk vaak misbruik maken van de huidige regeling. Om dit tegen te gaan,bevat het wetsvoorstel een aantal – voor de praktijk – zeer ingrijpende wijzigingen. Zo zal renovatie als zelfstandige opzeggingsgrond tegen het einde van de eerste huurtermijn van vijf jaar worden geschrapt. Een voorgenomen renovatie kan dan slechts tot het einde van de huur leiden in het kader van een belangenafweging door de rechter. Dit is een algemene opzeggingsgrond die pas na tien jaar kan worden ingeroepen.

Het wetsvoorstel beoogt ook op een andere wijze de huurder te beschermen. Indien de verhuurder overgaat tot renovatie met behoud van de huurovereenkomst, dan zal de huurder tijdelijk een andere ruimte moeten betrekken. Nu heeft de huurder onder omstandigheden recht op een tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten.

Het wetsvoorstel voorziet erin dat een huurder in elk geval recht heeft op een bij ministeriële regeling vast te stellen minimumbijdrage aan verhuis- en inrichtingskosten. Het wetsvoorstel zorgt voor veel ophef. Waar Detailhandel Nederland het wetsvoorstel steunt, noemt de Vereniging van Institutionele Beleggers in Vastgoed het wetsvoorstel een ‘fout’. De vrees bestaat dat het wetsvoorstel met name grootschalige renovatieprojecten zal frustreren. Die vrees lijkt gelet op de voorgestelde wijzigingen gegrond. Een ding is zeker: het laatste woord is hierover nog niet gezegd.

Azize Eksen is advocaat bij JPR Advocaten te Deventer en lid van de vakgroep huurrecht

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels