artikel

Niet voorzienbare regelgeving

bouwbreed

Paragraaf 10 van de UAV-GC 2005 bevat de verplichtingen betreffende vergunningen die rusten op de opdrachtnemer. Wat is rechtens indien de regelgeving gewijzigd is na het totstandkomen van de overeenkomst?

Deze vraag deed zich voor naar aanleiding van de lessen die geleerd zijn bij de brand in de Lloydstraat in Rotterdam op 1 oktober 2007. Deze brand leidde in november 2009 er toe dat er een advies werd uitgebracht door de Bond van Fabrikanten van Betonproducten Nederland om bij kanaalplatenvloeren aanvullende eisen te hanteren met het oog op de vereiste brandwerendheid van 60 minuten. En op 11 juni 2011 is de Bond met nog een nader advies gekomen. Deze kennis was nog niet bekend toen op 27 april 2009 opdrachtnemer Ballast Nedam en opdrachtgever OBR een overeenkomst aangingen betreffende een parkeergarage. Op 30 augustus 2010 krijgt Ballast een (tweede) vergunning voor het werk, maar onder de voorwaarde, dat de laatste stand der techniek in acht genomen wordt met de door de branche geadviseerde aanvullingen. Na overleg besluit Ballast de opdrachtgever te verzoeken om een wijziging ex par. 10 lid 7 UAV-GC 2005 op te dragen of om te ontbinden. Wanneer de opdrachtgever daartoe niet overgaat, ontbindt Ballast de overeenkomst. De vraag is nu of er sprake is van een toerekenbare tekortkoming in het ontwerp van Ballast.

De Rotterdamse rechter oordeelt op 21 juli 2011, LJN: BR2593, dat dit niet het geval is. Na de brand in de Lloydstraat is duidelijk geworden dat het ontwerp van Ballast niet meer voldoet aan de eis van het Bouwbesluit. Maar dit kan Ballast Nedam niet worden toegerekend.

Daartoe overweegt de rechter als volgt. Het gebruik van kanaalplaatvloeren was in oktober 2008 ten tijde van de indiening van de aanbieding veelvuldig toegepast. Op dat moment was ook niet bekend of de gebeurtenissen in de Lloydstraat een incident betroffen of van structurele aard waren. De voorwaarden die aan de vergunning werden gesteld, vloeiden dan ook niet voort uit een fout ontwerp, maar uit eisen die niet voorzienbaar waren toen ingeschreven werd op het werk. In die situatie had OBR een wijziging moeten opdragen of de overeenkomst moeten opzeggen. De vordering van OBR dat Ballast het werk moet hervatten, wordt dan ook afgewezen.

Directeur Instituut voor Bouwrecht en hoogleraar bouwrecht TU Delft, www.ibr.nl

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels