artikel

Leerrecht voor alle werknemers

bouwbreed

Het systeem van individueel leerrecht werkt niet. Volgens John Kerstens zijn collectieve middelen nodig om werknemers in beweging te krijgen.

Vijf jaar geleden sloegen werkgevers- en werknemersclubs in de bouw de handen ineen en startten met gestructureerd, collectief gefinancierd en georganiseerd loopbaanbeleid. Nu, vijf jaar later hebben elfduizend werknemers zich gemeld voor carrièreadvies. Drieduizend van hen hebben een nieuwe baan gevonden en nog eens drieduizend zitten in een omscholingstraject.

Elk jaar komen er tweeduizend nieuwe geïnteresseerden bij. Met recht mogen we het loopbaantraject succesvol noemen. Iets wat minister Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ook deed, toen werkgevers en werknemers vorige maand het eerste lustrum vierden

Voor het vitaliteitspakket, onderdeel van het pensioenakkoord, heeft het kabinet echter een andere scholingsroute gekozen. Werkgevers worden daarin gedwongen geld vrij te maken om werknemers een zogenoemd individueel leerrecht te geven. FNV Bouw heeft afgelopen woensdag in de uitgestelde hoorzitting over het pensioenakkoord in de Tweede Kamer daartegen bezwaar gemaakt. Alle werknemers zouden moeten kunnen profiteren van het succes dat we in de bouw al mogen vieren.

Nadruk

In het vitaliteitspakket legt het kabinet de nadruk op eigen verant-woordelijkheid. Eigen verantwoordelijkheid van de werknemer om aan zijn eigen duurzame inzetbaarheid en mobiliteit te werken. Hij krijgt daarvoor een individueel leerrecht. Dat is geld dat zijn werkgever moet vrijmaken voor scholing. Dat past misschien in de tijdgeest, maar het werkt niet. Dat heeft de praktijk uitgewezen. De praktijk is dat grote groepen werknemers – de traditioneel opgeleide vakman in de industrie en de bouw bijvoorbeeld – niet zo gemakkelijk zelf het initiatief nemen om scholing te volgen. Ja, als de werkgever het wil, gaan ze naar een korte bijscholingscursus of volgen ze een functietraining. Maar dat is niet het soort scholing dat de weerbaarheid en flexibiliteit op de arbeidsmarkt vergroot en langer doorwerken mogelijk maakt. We moeten het hebben over soms langdurige loopbaantrajecten die de werknemer (uit ambitie of pure noodzaak) volgt om een andere baan te krijgen. Bij zijn eigen werkgever, bij een ander bedrijf in dezelfde sector of in een heel andere sector. En als je dat wilt bevorderen, dan ben je er niet met een zak met geld.

In de bouw hebben we die ervaring al sinds 2006. In 2006 startte het Loopbaantraject Bouw & Infra, een onderdeel van kenniscentrum en bedrijfstakinstelling Fundeon, met dertig locaties in het land, waar deskundige trajectadviseurs zetelen. In de cao voor de Bouwnijverheid werd het recht van elke individuele werknemer vastgelegd om zich tot de trajectadviseur te wenden, als hij of zij om welke reden dan ook een loopbaanstap wil maken. Voor die tijd was er voor werknemers weinig kans op doorstroming naar andere of hogere functies. Alleen grotere bedrijven beschikten over de middelen om scholing te organiseren en financieren, maar de bouw –en met haar vele andere bedrijfstakken – bestaat voor het overgrote deel uit kleine tot zeer kleine ondernemingen. Loopbaanbeleid komt daar niet van de grond. Het loopbaantraject Bouw & Infra kent een aantal belangrijke, met elkaar samenhangende uitgangspunten. Het loopbaantraject is ten eerste gestoeld op vrijwilligheid. Ten tweede krijgt de werknemer een volstrekt onafhankelijk advies over zijn ontwikkelmogelijkheden, ongeacht het bedrijfsbelang. Alleen op die manier stimuleer je de eigen verantwoordelijkheid van mensen.

Ten derde wordt het hele traject betaald door een scholingspot van de sector. Het O&O-fonds in de bouwnijverheid financiert zowel het onderzoek als de uitvoering en begeleiding van de scholing. Pas als er uitvoering wordt gegeven aan het scholingstraject zelf wordt een beperkte eigen bijdrage van de werknemer en zijn werkgever gevraagd, waarbij overigens altijd rekening wordt gehouden met individuele mogelijkheden. Komen werkgever en werknemer er niet uit, dan is er nog een vangnetregeling waardoor de werknemer de scholing toch kan volgen. Een regeling waar overigens weinig gebruik van wordt gemaakt. Kijk, zo kun je het indi-vidueel leerrecht ook vormgeven.

Simpel

Kijk naar de cijfers en de conclusie is simpel. Dit systeem werkt. Collectieve middelen en een infrastructuur zijn nodig om mensen in beweging te krijgen.

De bouw heeft tot nu toe alles zelf betaald. Dus in plaats van zakjes geld weg te halen bij werkgevers voor individueel leerrecht, doet de overheid er goed aan bij te dragen aan de totstandkoming van dergelijke voorzieningen in alle bedrijfstakken. Pas dan is er werkelijk uitzicht op een efficiëntere arbeidsmarkt en werknemers die gezond een steeds verder liggende eindstreep halen.

Voorzitter FNV Bouw

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels