artikel

Kabinet is laks op gebied van milieu

bouwbreed

Een maximumsnelheid van 130 kilometer per uur is een onnodige en dure maatregel. Verder is dit ook zo’n beetje het enige dat dit kabinet versnelt, meent Paul Oortwijn. Kijken we naar milieu en dan met name de beperking van de broeikasgassen, dan is Nederland duidelijk ‘in zijn achteruit’ gezet.

Het huidige kabinet laat het afweten op het gebied van milieu en klimaat. In alle 48 toespraken van Schultz komt het woord ‘klimaat’ maar één keer voor en Bleker geeft aan dat “als inwoners natuur willen behouden, ze daar zelf wel voor zorgen.” Verhagen blijft een tweede kerncentrale doordrammen en het afgesproken bedrag voor de klimaatsteun aan ontwikkelingslanden is door Nederland eenzijdig verlaagd en onder het budget van ontwikkelingssamenwerking komen te vallen. Balkenende IV ging nog voor 30 procent minder CO2-uitstoot in 2020, dit kabinet gaat voor slechts 20 procent.

Urgent

En dat terwijl de situatie urgent is. Onlangs waarschuwde Maria van der Hoeven als voorzitterschap van het IEA dat, als het wereldwijde verbruik van fossiele brandstof niet wordt aangepakt, er grote gevaren voor de mensheid dreigen. Daarnaast was er maandag het bericht in Trouw dat 70 procent van de landbouwgrond uitgeput raakt. Je zou verwachten dat alle kranten dit onderwerp oppakken: geen olie, geen eten! Toch waren de reacties in Nederland lauw. Als er was verteld dat er een meteoor op de wereld afkwam en de kans 0,01 procent is dat deze op de aarde valt, was de commotie vele malen groter geweest.

Van een overheid verwacht ik dat ze het beste voorheeft met de maatschappij en doet wat goed is voor Nederland en de rest van de wereld. Ik verwacht dat ze een eigen visie heeft en die tot uitvoering brengt. Maar de regering verwijst standaard naar internationale afspraken: “Wij volgen de EU-regels”. Eens liep Nederland voorop, zoals Wijnand Duyvendak in zijn recente boek ‘Het groene optimisme’ goed verwoordt.

Onzichtbaar

Nu is Nederland onzichtbaar.

Nederland hoort gewoon voorop te lopen en zich niet te verschuilen achter de noodzaak tot een Europese of globale aanpak. En we horen zeker geen maatregelen te nemen die de boel verergeren, zoals de 130 kilometer per uur.

Er zijn branches waar Nederland gemakkelijk zelf het voortouw kan nemen, bijvoorbeeld de bouwsector. Hennis de Ridder zet dit uiteen in zijn net uitgebrachte boek ‘De legolisering van de bouw’: de bouwbranche is verantwoordelijk voor 40 procent van het afval, 35 procent van het wegverkeer en 50 procent van het energieverbruik in Nederland. Daarbij is de bouw nagenoeg een lokale markt. Alle maatregelen die je hier treft, hebben direct effect in Nederland. Vandaar ook De Ridders oproep: zorg dat de bouw verduurzaamt. Dat levert direct resultaat op zowel voor ons klimaat, als voor onze economie.

Uiteraard moeten de partijen in de bouw zelf voor duurzaamheid gaan, maar de overheid moet regels neerzetten. De auto-industrie bouwde de katalysator pas in toen het verplicht werd, de fosfaten gingen pas uit het wasmiddel toen het verboden werd. De bouw wordt pas echt duurzaam als er effectieve en nuttige maatregelen worden getroffen. Energielabel is verplicht, maar zorg dan ook voor bijbehorende voordelen. Bijvoorbeeld: hoe hoger het energielabel, hoe hoger je hypotheekrenteaftrek. Of introduceer een grondstoffenlabel. Dat zorgt ervoor dat veel van het materiaal kan worden hergebruikt (legolisering) en de rest gerecycled.

Gidsland

Er wordt niet veel verwacht van de klimaattop in Durban. De Nederlandse overheid is ook niet van plan er iets van te maken. Zij zou niet moeten kijken naar de mate waarin Nederland aan een probleem bijdraagt, maar naar de mate waarin Nederland kan bijdragen aan de oplossingen. In 1989 had Nederland visie, waardoor landen nader tot elkaar kwamen, wat uiteindelijk leidde tot het verdrag van Kyoto. Nederland moet weer gidsland worden. In plaats van de snelheid op de weg verhogen, de versnelling van de verduurzaming verhogen.

 

Ir. Paul Oortwijn

Directeur NLingenieurs

Den Haag

Reageer op dit artikel