artikel

Zorgbouw vraagt werkend medicijn

bouwbreed

Een van de problemen in de zorgbouw is dat de bestaande voorraad van zorggebouwen niet optimaal aansluit bij de toekomstige zorgvraag. Piet Oskam benoemt drie dilemma’s en vindt een passende remedie.Marktwerking en keuzevrijheid staan in het zorgbeleid van de overheid hoog aangeschreven. De praktijk laat in toenemende mate zien dat de markt niet goed werkt en keuzes niet in vrijheid worden gemaakt. De ingezette liberalisering wordt opgehouden door achterhaalde beleidsdiscussies en ingehaald door actuele economische ontwikkelingen. Dat leidt tot een opstapeling van onzekerheidsfactoren, waardoor de ontwikkeling en uitvoering van bouwplannen in de zorgsector stagneren. Willen we weer vaart krijgen in zorgbouw, dan moeten dilemma’s worden benoemd en oplossingen geformuleerd. In dit artikel vindt u een diagnose van drie dilemma’s en evenzoveel recepten voor een passende remedie.

Niet optimaal

De bestaande voorraad van zorggebouwen sluit niet optimaal aan bij de toekomstige zorgvraag. Zowel in de cure (ziekenhuizen etc.) als in de care (verzorgingshuizen, ggz etc) vragen actuele trends en nieuwe inzichten om een eigentijds antwoord, dat niet zonder gevolgen blijft voor de huisvesting. Dat heeft consequenties voor de waardering van verouderde panden. De boekwaardeproblematiek van zorginstellingen wordt zwaar onderschat. Zorgdirecties hadden geen beleidsvrijheid en moesten werken met overheidsregels. Per 1 januari 2008 en 1 januari 2009 is het bouwregime voor de cure respectievelijk de care afgeschaft. Nu zich een nieuw regime heeft aangediend (in de ziekenhuissector al vanaf begin 2009 en de verzorgingsector vanaf begin 2012), heeft dat gevolgen voor de waardering van de bestaande voorraad. Wat is de remedie? Met een overgangsregime kan de overheid een brug slaan tussen de oude en de nieuwe situatie. Met deugdelijke waarderingsgrondslagen kunnen taxateurs de actuele marktwaarde vaststellen. Met een grote veegactie kunnen verouderde zorggebouwen worden afgeschreven. Dat biedt ruimte voor nieuwbouw, waarin efficiënter en kostenbewuster aan de actuele zorgvraag kan worden voldaan. Als we de bestaande voorraad eerlijk waarderen, creëren we ruimte voor zorggebouwen voor de toekomst. Als we zorginnovaties een ruime kans willen geven, mogen verouderde gebouwen geen sta in de weg zijn. Bouwen in de zorg is ook onderhevig aan de gevolgen van de crisis. Het huidige kabinet heeft onder druk van de gedoogpartner niet bezuinigd op zorgmiddelen. Dat versterkt het aanbodkarakter van de zorgsector en brengt consumenten niet tot een zelfstandige keuze. De marktwerking speelt zich vooral af tussen verzekeraars en zorgaanbieders. Het effect daarvan vertaalt zich in zorgpremies en zorgpakketten, waaruit consumenten een keuze maken. Deze indirecte marktwerking leidt tot een afgezwakte vraagsturing. De remedie ligt in het stimuleren van de echte vraagsturing, waardoor zorgaanbieders sterker worden uitgedaagd. Uiteindelijk dient de aanbieder met de beste oplossingen de strijd om de gunst van de zorgvrager te winnen. Daar ligt een kans voor ontwikkelaars en bouwers van zorggebouwen. Vorm en inrichting van een zorggebouw kunnen het verschil maken in de slag om de zorgmarkt. Bouwondernemers met kennis van verpleging en verzorging en van lokale omstandigheden worden gewaardeerde gesprekspartners voor zorgdirecties met bouwplannen.

Regulering

De zorgfinanciering is vooral een kwestie van regulering. Tot 2009 gaf het College bouw zorginstellingen een dictaat, vanaf dat jaar geeft de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) de maat. Er is een scheiding doorgevoerd tussen de financiering voor de zorg en die van de wooncomponent. Met zorgzwaartepakketten (zzp’s) en diagnose behandel combinaties (dbc’s) worden in de care en de cure kaders gesteld, waarbinnen de financiering zich voltrekt. Partijen, die slim en vaardig met zzp’s en dbc’s kunnen rekenen, vergroten daarmee hun kansen op deze markt. De NZa bepaalt de hoogte van de normatieve huisvestingscomponent (nhc) en heeft daarbij de vergoeding van de bouwkosten al met 1 procent verlaagd. De werkhonger van bouwers maakt lagere bouwkosten mogelijk. Verzekeraars kunnen vanaf 2018 met zorginstellingen onderhandelen over de hoogte van de nhc-vergoedingen. Het bouwkundige deel van de zorgbouw wordt onderdeel van een commercieel proces. Dit vraagt gebouwkennis en ondernemerschap, die niet direct bij elke zorginstantie beschikbaar zijn. De oplossing voor dit dilemma ligt in een sterkere afbakening van het zorgtraject ten opzichte van het woon- of verblijfstraject. Deskundigheid op dat gebied is te vinden bij ontwikkelende- en bouwende partijen, die voor een bij de zorgvraag passende oplossing kunnen zorgen.

Piet Oskam

Centrum voor innovatie van de Bouwkolom

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels