artikel

WetenschapCreatieve visie op de toekomst

bouwbreed

In deze krant stond op 14 september de uitspraak van minister Verhagen dat de bouwsector geen topsector is maar wel kan profiteren als ondersteuner van de negen topgebieden. Eenzelfde gevoel bekroop me toen het kabinet vorig jaar viel en we met een kleine groep onder begeleiding van Economische Zaken bezig waren met de Maatschappelijke Innovatieagenda Bouw (MIA) voor de bouw.

Minister Verhagen zei onlangs: “De bouwsector is geen topsector, maar kan wel profiteren als ondersteuner van de negen topgebieden.” Eenzelfde gevoel bekroop me toen het kabinet vorig jaar viel en we met een kleine groep onder begeleiding van Economische Zaken bezig waren met de Maatschappelijke Innovatieagenda Bouw (MIA).

De eerste MIA’s scoorden goed: de MIA Energie kreeg 538 miljoen voor vijf jaar. De bouw kwam als laatste en er was uiteraard geen geld meer, alleen left-overs. We gingen op bezoek bij de andere MIA’s om hun mogelijke zwarte gaten te vullen. Want de gebouwde omgeving is goed voor veertig procent van de energieconsumptie. Als we daar procenten zouden kunnen besparen, dan dient dat ook bij de MIA Energie beloond te kunnen worden. De bouwnijverheid staat nu weer voor de opgave zich dienstbaar op te stellen voor bijvoorbeeld de volgende topgebieden: ‘tuinbouw’ (kassenbouw), ‘high tech materialen’ (toeleverende industrie), ‘energie’ (energieleverende woningen en kantoren), ‘water’ (wonen op het water) en de ‘creatieve industrie’ (architecten). Industrieel ontwerpers hebben een duidelijke hefboom naar de industrie door vanuit hun ontwerp een grote industriële productie mogelijk te maken. De hefboom van architecten is gewoonlijk enkelvoudig, maar een gebouw heeft wel een heel lange levensduur. Het product van enkele stuks maal levensduur is ook indrukwekkend voor de economie. Het is natuurlijk irritant dat de bouw niet is genoemd als topgebied. De Algemene Rekenkamer publiceert dat zij het nut van innovaties niet kan becijferen. Bouwend Nederland doet zijn best het huidige echelon aan bouwvakkers aan het werk te houden, de herstelwet wordt verlengd, maar de economie heeft zo zijn eigen wetmatigheden. We zullen dus ook naar de toekomst moeten kijken. Naar een toekomst van de samenleving in Nederland bijvoorbeeld over dertig jaar: Nederland in 2040. Doel van onderzoek zou kunnen zijn: hoe ziet de gebouwde omgeving van Nederland er uit in 2040, als men naar de samenstelling en de activiteiten van de Nederlandse bevolking kijkt . Want een ideale gebouwde omgeving zou als een handschoen moeten passen om de samenleving. De vorige Rijksbouwmeester accommodeerde al een kenniswerkersatelier ‘Nederland 2040’, dat best professioneel uitgebouwd zou kunnen worden. De bouw kan met de drie technische universiteiten (3TU.Bouw) en de BNA aan de slag om een creatieve visie op de toekomst van de gebouwde omgeving te ontwikkelen en van daaruit naar de onmiddellijke toekomst te redeneren.

Hoogleraar Productontwikkeling TU Delft en directeur Octatube

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels