artikel

Polen zijn geen dronkenlappen

bouwbreed Premium

In Nederland verloopt de registratie van een arbeidsmigrant uit Midden- en Oost-Europa via vier systemen. Volgens Paul Muller kunnen we een voorbeeld nemen aan België. Daar is registratie in één systeem voldoende.

Minister Kamp (sociale zaken) heeft met diverse bestuurders uit België en Nederland een samenwerkingsovereenkomst gesloten voor een goede arbeidsintegratie van Midden- en Oost-Europeanen. Wanneer de minister kijkt naar het registratiesysteem van onze zuiderburen trekt hij de conclusie dat problemen rond deze groep arbeiders niet ontstaan in Polen, Bulgarije en andere omringende landen. De problemen ontstaan hier, door complexe controlemogelijkheden op malafide uitzendpraktijken.

Snel helderheid

Het moet gezegd worden: over coalitievorming kunnen de Belgen nog veel leren. Aan de registratie van arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa kunnen Hollandse bestuurders echter nog een puntje zuigen. Wanneer een Pool, Bulgaar of Slowaak in België aan de slag gaat op een bouwplaats dan heeft zijn opdrachtgever een systeem ter beschikking om deze persoon te registreren. De opdrachtgever is, ongeacht de verblijfsduur van de medewerker, verplicht hem aan te melden in het zogeheten Limosa-systeem. Hiermee ontstaat snel helderheid over wie waar werkt en voor hoe lang.

In Nederland verloopt deze procedure via vier systemen: die van de belastingdienst, de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), de gemeentelijke basisadministratie (GBA) én de Registratie Niet-Ingezetenen (RNI). Dat zij zich allemaal bemoeien met de registratie van arbeidsmigranten is verre van efficiënt. En dat terwijl een effectieve controle hard nodig is. De vier systemen alleen al maken de controle qua omvang zeer lastig. De GBA registreert de arbeidsmigrant bovendien pas vanaf drie maanden, terwijl veel arbeidsmigranten in Nederlanden korte opdrachten uitvoeren. Het gevolg is dat veel arbeidsmigranten niet worden geregistreerd in de GBA.

In de afgelopen maanden werden we opgeschrikt door berichtgeving in de media over arbeidsmigranten die overlast veroorzaakten in de grote steden in Nederland. ‘De Pool’ wordt daarbij vaak omschreven als nutteloze dronkenlap die op kosten van de Nederlandse burger zijn en onze toekomst vergooid. De werkelijkheid is – natuurlijk – anders. Midden- en Oost Europeanen zijn, zeker in de bouw, gedisciplineerde en harde werkers. Degenen die overlast veroorzaken, zijn vaak binnengehaald door malafide uitzendorganisaties die hen gouden bergen beloven, maar de werknemers hier opzadelen met ellenlange werkdagen, onderbetaling en erbarmelijke slaapvertrekken. Deze groep slachtoffers wordt helaas maar al te vaak neergezet als het stereotype van de Oost-Europese arbeidsmigrant. Zonde, want door de vergrijzing en de dalende populariteit van vakopleidingen hebben we in de toekomst arbeiders uit deze regio hard nodig om onze economie draaiende te houden. En wanneer Nederland bekend staat als oplichtersparadijs in plaats van aantrekkelijke arbeidsnatie verliezen we het op de internationale arbeidsmarkt. Beter dan klagen over arbeidsmigranten kunnen we wat doen aan malafide uitzendorganisaties. Iedereen in Nederland kan momenteel een uitzendorganisatie beginnen, zonder enige vorm van creditering of opleidingseisen. Een heldere registratie en scherpe controle van uitzendorganisaties is een belangrijk middel in de strijd tegen malafide uitzendbureaus. Het huidige Nederlandse systeem voldoet daar niet aan.

Belangrijke stappen

Wil de minister de problemen rond arbeidsmigranten de kop indrukken, dan zijn er drie belangrijke stappen te nemen. De eerste is de arbeider uit Midden- en Oost-Europa niet per definitie te zien als gelukszoeker die werk doet wat Nederlandse werklozen ook kunnen, maar als iemand die broodnodig is voor de toekomst van onze economie. Ten tweede moet de overheid het voor ondernemers makkelijker maken om werknemers te registreren. Vervolgens is het voor overheidsinstanties makkelijker om controles uit te voeren en malafide organisaties hard aan te pakken. Het kaf moet van het koren worden gescheiden in de branche; het arbeidspotentieel van morgen staat op het spel!

Paul Muller, Directeur van Tecline International, detacheerder van vaktechnisch personeel uit Midden en Oost-Europa

Reageer op dit artikel