artikel

juridisch Overkapping achtererf

bouwbreed Premium

Bouwen is vanaf 1 oktober 2010 vergunningplichtig op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Uitzonderingen zijn opgenomen in het Besluit omgevingsrecht (Bor). Voldoet een bouwwerk aan de voorwaarden in bijlage II bij het Bor, dan is het bouwwerk omgevingsvergunningvrij.

Ook vóór inwerkingtreding van de Wabo werden in een amvb, het Besluit bouwvergunningvrije en licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken (Bblb), voorwaarden gesteld. Werd daaraan voldaan, dan was dat bouwwerk vergunningvrij. Het Bblb kende ook licht-vergunningplichtige bouwwerken, maar deze categorie bestaat niet meer; een bouwwerk is nu vergunningplichtig of vergunningvrij.

In het Bor is vergunningvrij bouwen verruimd; met name in het achtererfgebied (besloten tuinen en erven die niet grenzen aan openbaar gebied) zijn er meer mogelijkheden.

De Rechtbank ’s-Hertogenbosch deed op 7 oktober uitspraak over een overkapping op het achtererf. Op 1 december 2009 werd de aanvraag voor een lichte bouwvergunning ingediend. Bezwaar tegen de vergunning werd ongegrond verklaard, beroep bij de bestuursrechter volgde. Op het achtererf stond namelijk al een overkapping (aan linkerzijde) , zonder vergunning gebouwd. Een tweede overkapping zou in strijd komen met het bestemmingsplan waarin is geregeld dat – kort gezegd – aan één zijkant van de woning een overkapping mag worden gerealiseerd, de andere zijde moet onbebouwd blijven.

De bouwvergunning voor de tweede overkapping had derhalve niet ver–leend mogen worden. Toch komt de bestuursrechter niet tot vernietiging. Omdat Wabo en Bor inmiddels in werking zijn getreden, vervalt het processuele belang van de eiser, stelt de rechter. Met inwerkingtreding van de nieuwe regelgeving werd de bouw van de overkapping vergunningvrij, evenals afwijking van het bestemmingsplan. De overkapping valt binnen de voorwaarden uit bijlage II van het Bor.

De rechter verwijst naar uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State waarin meer-maals is overwogen dat een belanghebbende (hier eiser) alleen kan opkomen tegen een besluit als hij daardoor een rechtens relevant belang heeft en in een gunstiger positie zou kunnen geraken. Hier is dat niet meer mogelijk, omdat de overkapping geen vergunning behoeft. Vernietiging van de vergunning die onder het oude regime is verleend, heeft voor eiser dus geen zin meer. De tweede overkapping kan niet worden verhinderd. De bestuursrechter verklaart het beroep van eiser niet ontvankelijk.

Onderzoeksmedewerker Instituut voor Bouwrecht (IBR)

Reageer op dit artikel