artikel

Duurzaamheid in onderwijs bijzaak

bouwbreed Premium

Het integreren van duurzaamheid in opleidingen is minder makkelijk dan het lijkt. Voor de meeste studenten is het iets is wat erbij komt, constateert Ellen van Bueren. Activiteiten als de Green Building Week zijn dan – als alternatief – noodzakelijk om innovaties te laten doorsijpelen.

Wereldwijd is het deze week de Green Building Week. Nederland doet dit jaar voor het eerst mee. Deze week is hard nodig in Nederland: we doen nog steeds minder dan mogelijk is. Er zijn weliswaar architecten, ontwikkelaars, aannemers en beheerders die de kennis en kunde in huis hebben om echt duurzaam te (ver)bouwen, maar in het merendeel van de organisaties is de aandacht voor duurzaamheid beperkt. Al sinds het kabinet Kok I wordt geprobeerd om deze kloof tussen koplopers in duurzaam bouwen en het peloton, te dichten, maar zolang ‘duurzaamheid’ geen onlosmakelijk onderdeel uit maakt van ons onderwijs, kun je niet van studenten verwachten dat in hun werkzame leven duurzaamheid wél integraal onderdeel uitmaakt van hun beslissingen.

Trend

In het hoger onderwijs heeft de aandacht voor milieu vanaf de jaren zeventig en tachtig vooral geleid tot specialistische opleidingen. De afgelopen jaren lijken universiteiten deze trend te willen keren en geven de colleges van bestuur aan dat ‘duurzaamheid’ onderdeel moet uitmaken van alle opleidingen. Het integreren van duurzaamheid in bestaande opleidingen is echter minder makkelijk dan het lijkt.

Zo is ‘duurzaamheid’ niet eenduidig te definiëren. Op abstract niveau heeft iedereen wel een beeld van wat duurzaamheid is en is vriend en vijand het er over eens dat het nastrevenswaardig is. Maar als het concreter wordt, als het opeens gaat over de renovatie van dat ene woonblok of over de bouw van dat nieuwe kantoor, dan blijken de tegenstellingen tussen verschillende waarden die duurzaamheid poogt te overbruggen toch boven te komen drijven. Bovendien laat een fenomeen dat niet eenduidig is te definiëren zich lastig meten. Hoe meet je leefbaarheid? Hoe duurzaam is een energieneutrale woning die alleen per auto kan worden bereikt? Daarnaast: kennis over duurzaamheid is nog volop in ontwikkeling. Wat de ene dag als oplossing wordt gepresenteerd, wordt de volgende dag alweer bekritiseerd vanwege de onvoorziene effecten. Hoewel dit maatschappelijk al snel tot wantrouwen of algehele desinteresse in het fenomeen duurzaamheid leidt, is dit voor het onderwijs nog niet zo zeer het grootste probleem. Het wordt ingewikkelder als we ons realiseren dat ook de methoden en modellen waarmee de milieueffecten van duurzaamheid inzichtelijk worden gemaakt, nog volop in ontwikkeling zijn. Wetenschappers uit gevestigde monodisciplinaire wetenschappen hebben vaak moeite met dit soort vormen van voortschrijdend inzicht, die – hoe valide en legitiem ook – al snel overkomen als wetenschappelijk gerommel en schril afsteken bij de uitgekristalliseerde methoden en technieken die zij in hun eigen vakgebied hanteren en doceren aan hun studenten.

Het is dus niet verwonderlijk dat duurzaamheid in het onderwijs vooralsnog vooral in afzonderlijke opleidingen wordt aangeboden. De dynamiek en focus van het vakgebied ‘duurzaamheid’ verschilt nu eenmaal sterk van die de monodisciplinaire vakgebieden die – in vergelijking met duurzaamheidsgeoriënteerde opleidingen – redelijk vastomlijnde curricula hebben die hun waarde voor de arbeidsmarkt hebben bewezen. In tijden van steeds verdergaande efficiencydoelstellingen van het hoger onderwijs is het begrijpelijk dat opleidingsdirecteuren niet staan te springen om duurzaamheid expliciet een plek te geven in het onderwijs. Dat vergt aanpassingen in het curriculum en bijscholing van de docenten.

Kloof

Vooralsnog zullen we onze kennis over duurzaamheid dus moeten betrekken van daartoe gespecialiseerde opleidingen en wordt het gros van de studenten nog altijd opgeleid in opleidingen waarin weinig aandacht is voor duurzaamheid. Zolang duurzaamheid voor de meeste studenten iets is wat erbij komt, zullen zij ook in hun latere werkende bestaan dat ‘erbij doen’.

Voor duurzaam bouwen betekent dit dat de kloof tussen koplopers en het peloton voorlopig zal blijven bestaan. Activiteiten als de Green Building Week zijn dan – als alternatief – noodzakelijk om innovaties te laten doorsijpelen naar de grote groep van welwillende, maar op het gebied van duurzaamheid grotendeels onkundige en onervaren organisaties.

Universitair Docent aan de TU Delft en editor van het leerboek ‘Sustainable Urban Environments: an Ecosystem Approach’

Reageer op dit artikel