artikel

juridisch Waarschuwingsplicht bij risicovol ontwerp

bouwbreed Premium

Recent is een uitspraak gepubliceerd van de Raad van Arbitrage voor de Bouw van 18 november 2009 over de waarschuwingsplicht van de aannemer bij de uitvoering van een risicovol ontwerp.

Aanneemster had met een stichting een aannemingsovereenkomst gesloten betreffende het profileren van het grondlichaam van de Pyramide van A. en het hierop aanbrengen van stapelzoden. Na oplevering werden verzakkingen van het stapelwerk geconstateerd. De stichting hield aanneemster voor deze verzakkingen aansprakelijk. De stichting was onder meer van oordeel dat aanneemster haar waarschuwingsplicht ter zake het ontwerp had verzaakt. Aanneemster betwistte dat op haar een waarschuwingsplicht rustte gelet op het risicovolle ontwerp.

In het kader van de waarschuwingsplicht toetsen arbiters of sprake is van een klaarblijkelijke fout in het ontwerp in de zin van paragraaf 6 lid 14 UAV 1989. Arbiters overwegen allereerst dat bij het kunnen constateren van een klaarblijkelijke fout de (specifieke) deskundigheid van aanneemster een rol speelt en dat de (specifieke) deskundigheid van de stichting de waarschuwingsplicht van aanneemster niet opheft.

Arbiters zijn van oordeel dat van een klaarblijkelijke fout in het ontwerp geen sprake is. Volgens arbiters is er weliswaar sprake van een risicovol ontwerp, met kans op verzakkingen, maar is het ontwerp op zich niet ondeugdelijk. Arbiters zien dit ook bevestigd in de door de stichting overgelegde deskundigenrapporten waarin wordt geconcludeerd dat het stapelen met graszoden tot de mogelijkheden behoort, maar dat het een risicovolle techniek is. Aanneemster had derhalve niet de plicht om te waarschuwen. Dit klemt volgens arbiters te meer nu de stichting op de hoogte was van de omstandigheid dat het een risicovol ontwerp betrof. Naar het oordeel van arbiters brengt de redelijkheid in dat geval tevens mee dat de stichting bij het openbaren van dat risico de schade, met een beroep op de waarschuwingsplicht, niet kan afwentelen op aanneemster.

In de rechtspraak worden verschillende factoren van belang geacht voor het antwoord op de vraag of op de aannemer de verplichting rust te waarschuwen. Eén van die factoren is de mate van deskundigheid die bij de betreffende aannemer aanwezig mag worden geacht. Andere factoren zijn de mate van evidentie van de onjuistheid en de fout zelf.

Advocaat bij Severijn Hulshof Advocaten, Rotterdam

Reageer op dit artikel