artikel

juridisch Nieuwe omgevingswet in 2013

bouwbreed Premium

Naar alle waarschijnlijkheid treedt in 2013 wederom een nieuwe wet inzake het omgevingsrecht in werking. De minister van Infrastructuur en Milieu heeft haar plannen hiervoor in de beleidsbrief ‘Eenvoudig Beter’ aan de Tweede Kamer gepresenteerd. Als het aan de minister ligt, wordt een wetsvoorstel van de Omgevingswet in het voorjaar van 2012 aan de Tweede Kamer gezonden.

Al in het regeerakkoord spreekt het kabinet de ambitie uit te komen met een voorstel van een bundeling, vereenvoudiging, modernisering en versobering van het omgevingsrecht. Gelet op het aantal thans vigerende wetten, amvb’s en ministeriële regelingen in het omgevingsrecht is dat geen overbodige luxe.

Bij de ontwikkeling van de Omgevingswet staan drie uitgangspunten centraal. De Omgevingswet zal ontwikkelingsgericht zijn en integrale oplossingen bevorderen, de Europese wet- en regelgeving zal als basis worden genomen en tot slot zal er in de Omgevingswet worden uitgegaan van het principe ‘decentraal tenzij’.

Het doel van de Omgevingswet is de besluitvorming in het brede fysieke domein te versnellen en te verbeteren. Gelet daarop zullen bestaande (ruimtelijke) planvormen en toetsingskaders zoveel mogelijk worden geïntegreerd. Bij die integratie staat de realisatie van beleidsdoelen voorop. Ook zal de bestuurlijke afwegingsruimte in de Omgevingswet worden vergroot. Tot slot zullen de regels die gelden voor het uitvoeren van onderzoeken worden geharmoniseerd en geïntegreerd, met als gevolg dat alleen de onderzoeken die passen bij de fase waarin een project of plan zich bevindt, moeten worden uitgevoerd.

Wat ons betreft sluiten de doelstellingen van de minister met de Omgevingswet goed aan bij de behoefte van het veld. Steeds vaker stranden plannen door verschillende (beleids)visies binnen overheden of te starre planvormen. Beter zou het zijn als sprake is van een faciliterende overheid – in hoofdzaak de gemeente – die met een heldere structuurvisie (op soortgelijke planvorm) de lijnen voor ruimtelijke ontwikkelingen uitzet. De realisatie van individuele plannen moet vervolgens mogelijk worden gemaakt door het verlenen van omgevingsvergunningen. Deze moeten in principe worden verleend, tenzij afbreuk wordt gedaan aan de uitgangspunten van de structuurvisie. Hiermee wordt duidelijkheid gecreëerd en besluitvorming vereenvoudigd. Het kan dus wat ons betreft inderdaad eenvoudiger en moet beter!

Advocaten op Overheidspraktijk van Boekel De Nerée,

Amsterdam

Reageer op dit artikel