artikel

‘Badkuip’ oogt strak door grote precisie

bouwbreed Premium

De gevel en de luifel van Stedelijk Museum Amsterdam worden opgebouwd uit voorgefabriceerde composietplaten. Deze sluiten zo op elkaar aan, dat beide constructies ogen als één. Het resultaat heeft enigszins de vorm van een badkuip, een bijnaam die architectenbureau BethemCrouwel zelf bedacht. De gevel- en luifelplaten hangen aan een staalconstructie waarop 1202 aluminium ‘handjes’ zijn […]

De gevel en de luifel van Stedelijk Museum Amsterdam worden opgebouwd uit voorgefabriceerde composietplaten. Deze sluiten zo op elkaar aan, dat beide constructies ogen als één. Het resultaat heeft enigszins de vorm van een badkuip, een bijnaam die architectenbureau BethemCrouwel zelf bedacht.

De gevel- en luifelplaten hangen aan een staalconstructie waarop 1202 aluminium ‘handjes’ zijn bevestigd. Beugels aan de gevel- en luifelplaten haken over deze opgestoken handen. De maatvoering moet dus zeer precies, reden waarom aannemer VolkerWessels eerst de positie van elke hand meet en die doorgeeft aan de fabrikant. Die controleert vervolgens of de waarden overeenkomen met de positie van de beugels. Na een eventuele correctie gaan de platen op transport.

Op de locatie hangt een hoogwerker de platen met een vacuümklem op hun plek. De machinist doet dat met een afstandsbesturing vanaf een schaarplatform dat rijst tot waar de platen moeten komen. De platen wegen gemiddeld een ton per stuk. “Afgezet tegen de lengte van 15 meter en de breedte van 3 meter valt het gewicht bescheiden uit”, vindt Reinoud van der Kroon, verkoopdirecteur van Holland Composites die in Lelystad de gevel- en luifelpanelen produceert. “Aluminium of beton zou vier of vijf keer zwaarder zijn.”

Composietplaten

Aan het eind van de rit zijn de frames van gevel en luifel bekleed met nauw aaneen sluitende composietplaten. Over de naden zijn aluminium profielen aangebracht die worden gefixeerd met kunsthars. De profielen trekken de platen strak tegen elkaar. Van der Kroon: “Op die manier moet een gevel en luifel ontstaan die uit één stuk lijken te zijn gemaakt. Zonder hobbels en bobbels.” Dat blijft volgens hem ook zo, omdat de panelen ongevoelig zijn voor veranderende temperaturen. “Uitgevoerd in aluminium of glasvezelversterkte kunststof zou de ongeveer 175 millimeter kunnen uitzetten en krimpen”, zegt Van der Kroon.

Aan het strakke resultaat gaat veel werk vooraf in de vorm van plamuren, schuren, gronderen en aflakken. Voor dat laatste gebruikt schildersbedrijf Bonsink uit Zwartsluis verf die ook op vliegtuigen wordt aangebracht. In beginsel hoeft de coating maar één keer te worden opgebracht en blijft hij tot in lengte van jaren goed. Niet in de laatste plaats omdat de luifel de gevel grotendeels vrijwaart van regen, zegt architect Mels Crouwel.

De zomer is volgens van Van der Kroon een goede periode om de 271 panelen te monteren. Zij zetten niet uit en krimpen evenmin. De staalconstructie waarop ze zijn bevestigd doet dat echter wel. “Om die reden kunnen de panelen het beste bij ‘kamertemperatuur’ op het frame worden bevestigd. Die temperatuur hebben we nu.” Als het museum gereed is, blijft de temperatuur altijd op kamerniveau. “Het frame zal daarom nauwelijks meer bewegen”, verwacht Van der Kroon.

Twaron-vezel

Het Stedelijk Museum is voor zover topman Gert Frederiks van Teijing Aramid weet, het eerste gebouw met bouwdelen op basis van de Twaron-vezel. De Japanse producent leverde deze vezel voor de panelen. “Het is geen proefproject”, benadrukt Van der Kroon. “Alle bijzonderheden van de materialen en de manier waarop ze worden gebruikt zijn bekend. De productie van de panelen is daarmee een regulier proces geworden.” Nieuwe projecten met deze specifieke panelen zijn nog niet voorzien.

Reageer op dit artikel