artikel

Maak kennis met brandveiligheid

bouwbreed Premium

Instrumenten en hulpmiddelen zijn nodig om een nieuwe visie op brandveiligheid uit te voeren. Jan Sterk vraagt zich af of die instrumenten al beschikbaar zijn. Ik kan het niet nalaten een aantal kanttekeningen te plaatsen bij het verhaal van Aldo de Jong dat onlangs in deze krant stond (‘Tijd voor integrale aanpak brandrisico’, Cobouw 8 […]

Instrumenten en hulpmiddelen zijn nodig om een nieuwe visie op brandveiligheid uit te voeren. Jan Sterk vraagt zich af of die instrumenten al beschikbaar zijn.

Ik kan het niet nalaten een aantal kanttekeningen te plaatsen bij het verhaal van Aldo de Jong dat onlangs in deze krant stond (‘Tijd voor integrale aanpak brandrisico’, Cobouw 8 april). Het verhaal doet mij denken aan ‘Een nieuwe visie op brandveiligheid’ van de rijksoverheid van twee jaar geleden. Na de rampen in Volendam etc. werd het Actieprogramma Brandveiligheid uitgevoerd. Bij de eindrapportage werd een ‘Nieuwe visie op brandveiligheid’ gepresenteerd, die pleit voor een omslag van regelgericht denken en handelen in risicogericht denken en handelen.

Belangrijkste basis

In het begin van het artikel komt de vraag aan de orde of het jaarlijkse aantal slachtoffers de belangrijkste basis moet zijn voor de brandveiligheidseisen, onze wereld wordt immers steeds complexer. Er worden enkele voorbeelden genoemd (Moerdijk en faillissementen na brand), waarover ik een opmerking en een vraag heb.

De brand in Moerdijk vond plaats in één van de vele bedrijven met gevaarlijke stoffen waar het bevoegde gezag er niet in slaagde de brandveiligheidseisen goed te formuleren en/of te handhaven; dit ondanks de vele onderzoeken, rapporten en acties van VROM- Inspectie( VI) sinds een soortgelijke brand in Drachten zo’n tien jaar eerder. Besloten is nu om VI een nieuw onderzoek te laten uitvoeren bij 71 bedrijven die (waarschijnlijk?) niet veilig zijn;

De auteur stelt dat onderzoek van de grote verzekeraars heeft uitgewezen dat een derde van de bedrijven die zijn getroffen door brand, failliet gaat; 35 jaar geleden hoorde ik al de bewering dat 43 procent van de bedrijven na een grote brand failliet ging en daarna nog andere percentages; nog nooit echter heb ik een rapport kunnen bemachtigen van een deugdelijk onderzoek.

Het artikel vervolgt met de stelling dat we ons niet kunnen blijven verschuilen achter verouderde voorschriften, die niet of nauwelijks aandacht besteden aan directe en gevolgschade, externe veiligheid en volksgezondheid, maar alleen aan het voorkomen van slachtoffers.

De stelling doet mij denken aan de brand van de faculteit bouwkunde van de TU Delft. Veertig jaar lang heeft men zich voor het bouwkundegebouw niet of nauwelijks druk gemaakt over genoemde facetten, terwijl het onderwijs aan de toekomstige architecten nauwelijks aandacht had voor brandveiligheid. Hoe moet het dan met de voorgestelde nieuwe aanpak en de rol van architecten daarbij? Het artikel gaat verder met een pleidooi voor een andere aanpak. Het inpassen van maatregelen moet integraal deel gaan uitmaken van het ontwerpproces. We moeten de kansen inventariseren en analyseren. Weten architecten hoe ze dit moeten doen? En hebben ze hiervoor de benodigde instrumenten?

Voor een goede risicoanalyse is een goede statistische onderbouwing nodig. Is het dan niet cynisch dat de ‘Brandweerstatistiek 2009’ veel minder informatie bevat over ondermeer de kansen op en de oorzaken van brand dan brandweerstatistieken in de voorgaande jaren? Dit, omdat de brandweer in Noord-Holland en Flevoland geen informatie aanleverden.

Na het inventariseren van de kansen zou, zo stelt het artikel, de analyse ook moeten nagaan welke effecten brand zou kunnen hebben op onder andere economisch gebied. Het bepalen van de maatschappelijke kosten en baten van brandpreventie staat in ons land nog in de kinderschoenen. Het bureau SEO (Economisch Onderzoek van de Universiteit van Amsterdam) bracht in het najaar van 2009 een rapport uit, vervaardigd in opdracht van het Verbond van Verzekeraars, dat het begrip mkba (maatschappelijke kosten- en baten analyse) in de brandwereld introduceerde.

Verantwoordelijkheid

Het artikel besluit met de stelling dat alle partijen (bouw, openbaar bestuurders en gebruikers) zich bewust moeten zijn van hun verantwoordelijkheid. Hiermee kan ik het niet oneens zijn, maar zo lang we het nog moeilijk vinden om op de thans gebruikelijk wijze met brandveiligheid om te gaan, lijkt het mij van belang dat eerst de vereiste instrumenten worden ontwikkeld. Dat vergt tijd en bovendien: wie gaat er straks wat betalen? De hiervoor aangeduide ‘Nieuwe visie op brandveiligheid’ sluit af met de conclusie dat het ten uitvoer brengen van de visie vraagt om een forse inspanning van de overheid en alle betrokkenen vanuit marktpartijen en kenniscentra. En er wordt voorzien dat instrumenten en hulpmiddelen nodig zijn:

leen methodiek om risicobenadering verder vorm te geven;

l hulpmiddelen voor management/gebouweigenaar ;

lhulpmiddelen voor toepassen van de risicobenadering

l een methode om branden te evalueren en te registreren.

Is dit allemaal al rond? En, hebben ze geleerd om er mee te werken?

Kortom: ik denk dat alle betrokkenen eerst moeten kunnen beschikken over instrumenten en kennis alvorens ze op een verantwoorde manier met de voorgestelde, andere benadering aan de slag kunnen.

Preventiedeskundige

Reageer op dit artikel