artikel

Wijzig geen spelregels in aanbestedingsland

bouwbreed

Met knippen en plakken moet je voorzichtig zijn, zo waarschuw ik mijn kinderen altijd. En ook in onze grotemensenwereld is het niet verstandig die waarschuwing in de wind te slaan. Veel uitvoeringsgeschillen ontstaan als gevolg van veelal ondoordacht knip- en plakwerk in bestekken en ook bij een aanbesteding kan het gebeuren dat een oude inschrijvingsleidraad als onderlegger voor een nieuwe aanbesteding wordt gebruikt met het risico dat in het nieuwe aanbestedingsdocument per abuis eisen worden opgenomen die daar eigenlijk niet thuishoren.

En dat kan kostbare gevolgen hebben. De volgende uitspraak deed mij daaraan
denken. Ofschoon uit niets in de uitspraak blijkt dat de ten onrechte opgenomen
eis werkelijk is ontstaan door ondoordacht knip- en plakwerk, moest ik er wel
aan denken en het is in ieder geval iets om steeds goed in de gaten te houden.
In dit geval ging het om de sanering van een gemeentelijk terrein. Misschien
raar maar in dit geval is interessant wat niet tot de opdracht behoorde en dat
was het bewerken van verontreinigde grond. Voor het bewerken van verontreinigde
grond is een BRL SIKB 7500 certificaat vereist. Maar de ontgraven verontreinigde
grond hoefde niet bewerkt te worden. Voor het werk was deze eis dus niet
relevant en de opdrachtgever had deze eis dan ook niet mogen stellen (wat zij
wel had gedaan). Een ongeldige eis dus, maar wat is dan vervolgens de gang van
zaken? Mag de aanbestedende dienst deze eis laten vervallen en in de verdere
beoordeling eenvoudigweg buiten beschouwing laten? Het antwoord is nee. Het
laten vervallen van een eis betekent in feite dat de spelregels worden gewijzigd
en dat is in aanbestedingsland een doodzonde.

De opdrachtgever had dit goed gezien en besloot tot annulering van de
aanbestedingsprocedure om vervolgens tot heraanbesteding over te gaan. Hier was
niet iedereen het mee eens met het gevolg dat de kortgedingrechter zich over
deze zaak moest buigen. De rechter oordeelde terecht dat de opdrachtgever niet
anders kon dan de procedure intrekken en overgaan tot een heraanbesteding. Het
schrappen van een geschiktheidseis na sluiting van de inschrijvingstermijn zou
immers een schending van het gelijkheidsbeginsel opleveren. Niet zozeer een
schending ten opzichte van de deelnemende partijen maar juist ten opzichte van
ondernemingen die van deelname aan deze aanbesteding hebben afgezien, omdat zij
niet aan deze eis konden voldoen. Was deze eis er niet geweest dan hadden zij
mogelijk wel aan de aanbesteding meegedaan. Juist ook deze fictieve derden
dienen door het aanbestedingsrecht te worden beschermd en dus was een
heraanbesteding de enige oplossing. Zonde van alle kosten en inspanningen maar
dat is nu eenmaal niet anders.

Dat het opletten geblazen blijft bij het gebruiken en invullen van documenten
blijkt ook uit het tweede deel van deze uitspraak. Een van de eisen in het
bestek was dat er een bankgarantie diende te worden verstrekt door de aannemer
maar dat deze ook mocht volstaan met een bereidverklaring van de bank waarin de
bank verklaart dat zij direct na opdracht een bankgarantie zal verstrekken. De
overgelegde bereidverklaring liep tot wederopzegging. Op zich niet
ongebruikelijk, de bank zal immers geen bereidverklaring willen afgeven die tot
in lengte van jaren doorloopt. Desalniettemin oordeelde de rechtbank dat deze
bereidverklaring niet aan de eisen voldeed. De toevoeging “tot wederopzegging”
betekent immers simpelweg dat de bank de mogelijkheid van opzegging openhoudt en
dat was in strijd met de eis dat de garantie onvoorwaardelijk diende te zijn.
Kortom: een wijze uitspraak en een goede les in zorgvuldigheid.

Sectie Bouw en Vastgoed
Bierman Advocaten,Tiel dijk@bierman.nl.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels