artikel

Gewenste infrastructuur ligt er al

bouwbreed

Wat moet er de komende tijd gebeuren met onze wegen, bruggen, rails en viaducten? Onlangs vond in Vlaardingen een rondetafelbijeenkomst plaats met afgevaardigden van ProRail, Rijkswaterstaat vertegenwoordigers van de bouwbedrijven, ingenieursbureaus en andere partijen uit de infrasector.

TNO legde de afgevaardigden de volgende vraag voor: waar moeten we nu aan
werken zodat we over vijf jaar kunnen zeggen dat we met de juiste zaken bezig
zijn geweest? De bijeenkomst legde bloot dat de infrasector zelf nog nauwelijks
is ingesteld op innovatief en efficiënt werken. En met name lagere overheden
zijn nog niet voorbereid op het efficiënt laten klaren van de grootste klus waar
de sector de komende jaren voor staat: namelijk een groot aantal bruggen,
viaducten en wegen opknappen die ongeveer 50 jaar geleden zijn gebouwd, met het
oogpunt om maar ongeveer 50 jaar mee te gaan. Ongeveer 95 procent van de in ons
land gewenste infrastructuur ligt er inmiddels. Het is dan ook geen geheim dat
verlenging van de levensduur van hetgeen er al is hoge prioriteit moet hebben,
zeker gezien het feit dat budgetten lager worden. Toch is een gemeentebestuur of
provincie nog steeds veel gemakkelijker enthousiast te krijgen voor een plan
voor de bouw van een prestigieuze nieuwe brug dan voor een doortimmerd plan om
tegen zo laag mogelijke kosten op te knappen van wat er al ligt. De ronde tafel
denkt dat de bouw voor de helft goedkoper kan. Voor de helft! Dit betekent dat
er verder gestandaardiseerd moet worden. Daar voelen veel bouwers, ingenieurs,
architecten en andere betrokkenen echter niet voor. Dat is saai en het belemmert
innovatie. De oplossing is volgens hen gelegen in een mix van standaardisatie en
innovatie. Veel vertrouwen in de techniek is er bij alle partijen wel. Misschien
zelfs wel iets te veel. Zo deelt men de verwachting dat we beter gaan
voorspellen wanneer een brug of viaduct gaat falen, iets dat nu nog erg moeilijk
is. We kunnen met sensoren al wel vele variabelen meten, maar wat we nog steeds
niet weten, is hoe sterk die brug nog is. De techniek die nodig is om dat te
kunnen bepalen, bevindt zich nog in de ontwikkelfase. Dat betekent dat ‘de
meettechniek’ alleen niet het antwoord is op de taak waar we voor staan.
Ondertussen moet geïnvesteerd worden in expertise in de beoordeling van de
werkelijke staat van het object (bovennormatief), retrofit (opknappen) en
upgrade (meer functionaliteit geven) van bestaande kunstwerken. Alleen zo kunnen
we de infrastructuur vernieuwen die massaal 50 jaar geleden is gebouwd en die
binnenkort gewoon te verouderd is om met voldoende betrouwbaarheid te kunnen
stellen dat die nog veilig is. Wat moet er eigenlijk gebeuren om alle betrokken
partijen hiervan te doordringen?

Hoofd civiele infrastructuur bij TNO

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels