artikel

Bestemmingsplan mist goede onderbouwing

bouwbreed

De gemeente Den Haag wil een woonwagenlocatie herontwikkelen tot een woonbuurt met ongeveer 92 woningen (ABRvS 30 juni 2010, LJN BM9701). Daartoe is een bestemmingsplan vastgesteld door de gemeenteraad. Aan de orde is onder andere de vraag of dit plan terecht is vastgesteld nu daarin géén ontsluiting van de nieuwe woonwijk is opgenomen.

In het bestemmingsplan dat voorziet in de herontwikkeling wordt het
bestemmingsvlak wonen op de plankaart geheel omsloten door plandelen met de
bestemmingen groen en water. In het ontwerpbestemmingsplan dat aan de
vaststelling van het plan vooraf ging en ter inzage heeft gelegen, werden in de
omschrijvingen van de bestemmingen groen en water de functies wegen en
parkeervoorzieningen genoemd. De functies wegen en parkeervoorzieningen zijn
vervolgens geschrapt in reactie op naar voren gebrachte zienswijzen. Het bezwaar
was dat met het opnemen van de functie wegen te onbepaald werd gelaten waar en
hoeveel ontsluitingswegen zullen worden aangelegd. Daarbij heeft de raad
overwogen dat een alternatieve ontsluiting van het plangebied via een nabij
gelegen bedrijventerrein wordt onderzocht op haalbaarheid. Dit betekent dat voor
de ontsluitingsmogelijkheden van de nieuwe woonwijk een nieuwe planologische
procedure moet worden gevolgd. De gemeenteraad is tegemoet gekomen aan de
gemaakte bezwaren maar heeft daarmee tevens het lot bezegeld van dit
bestemmingsplan: de vaststelling van het bestemmingsplan wordt vernietigd door
de afdeling bestuursrechtspraak. Wat is er aan de hand? Door de functie wegen te
schrappen bevat het bestemmingsplan niets omtrent ontsluiting van het
plangebied. Er is voorzien in een nieuwe woonwijk zonder dat daarvoor in
planologisch opzicht de mogelijkheid bestaat deze voor motorvoertuigen aan te
sluiten op het bestaande wegennet. De ontsluiting doorschuiven naar een nieuwe
planologische procedure, mag niet baten. De afdeling bestuursrechtspraak
oordeelt: “Door aldus te voorzien in een nieuwe woonwijk heeft de raad de in dat
kader te maken ruimtelijke afweging naar het oordeel van de afdeling ten
onrechte verdeeld over verschillende besluiten, daar waar zulks in dit geval met
een integrale afweging van belangen, waaronder de verkeersgevolgen voor de
aangrenzende gebieden, had moeten plaatsvinden.” Nu een dergelijke integrale
belangenafweging niet is gemaakt, mist het bestemmingsplan een goede ruimtelijke
onderbouwing wat wordt afgestraft met een vernietiging.

Juridisch stafmedewerker Instituut voor Bouwrecht, Den Haag

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels