artikel

Buitenlandse bouwvakkers mogen niet altijd hier werken

bouwbreed

De Wet arbeid vreemdelingen verplicht uitvoerders tot een gedegen controle van identiteitspapieren.

Volgens Cor van den Berg bepaald geen sinecure, nu bouwvakkers uit alle
uithoeken van de wereld onze bouwplaatsen bevolken. Het is immers maar de vraag
of ze hier mogen werken. Het woningbouwproject schoot lekker op, liep zelfs
geheel zoals gepland. Bedrijfsbussen, versierd met zeer verschillende logo’s van
evenzoveel verschillende onderaannemers, verschenen dagelijks op de bouwplaats.
Sinds enkele maanden was de afbouw gestart. De uitvoerder hield aan de lopende
band startgesprekken met op het project startende onderaannemers. Kort en
zakelijk werden de klokken gelijk gezet, de inhoud van het
onderaannemingscontract en het Veiligheids- en Gezondheidsplan werden
doorgenomen. Ook de bouwplaatsregels kwamen aan bod. Volgens deze regels moesten
de werknemers van de onderaannemer zich eerst bij de uitvoerder melden en
identificeren, voordat ze op dit project aan het werk konden. De uitvoerder
maakte van elk indentificatiebewijs een fotokopie. De stapel fotokopieën groeide
gestaag. Het was de taak van de uitvoerder al deze gegevens te controleren.

Bulgaarse vloerenlegger

Geen gemakkelijke job. Neem nou dat identiteitsbewijs van die Bulgaarse
vloerenlegger. Hij was in dienst van de onderaannemer van de ruwe afbouw. Op de
achterzijde van het verblijfsdocument stonden de cryptische woorden: “Arbeid als
zelfstandige. Arbeid toegestaan”. De uitvoerder maakte daaruit op dat deze
vloerenlegger op zijn project mocht werken. Neen dus, vertelden de inspecteurs
van de Arbeidsinspectie. Zojuist hadden ze de hele bouwplaats afgezet en
vervolgens van alle aanwezigen de gegevens gecontroleerd. De uitvoerder prees
zich nog wel gelukkig dat hij een sluitende stapel fotokopieën van alle
identiteitsbewijzen kon tonen. Hij verkeerde toen nog in de veronderstelling dat
ze hem niets konden maken. Wel dus. Want die Bulgaarse meneer bleek toch niet op
zijn project te mogen werken. Het aannemersbedrijf van de uitvoerder zou nader
bericht krijgen. Dit alles binnen het kader van de bestuursrechtelijke
handhaving. Het Jaarplan Arbeidsinspectie 2010 stelt dat dit is ingevoerd ter
bevordering van een lik-op-stukbeleid; rept over “zo kort mogelijke
afhandelingstermijnen, een fors boetenormbedrag en een consequent
handhavingsbeleid”. Dus komen bijna een jaar later dezelfde inspecteurs van de
Arbeidsinspectie een verklaring van de directeur van het aannemingsbedrijf
afnemen. Volgens hen was het duidelijk dat die Bulgaarse meneer niet op het
(inmiddels al weer enige tijd geleden opgeleverde) project vloeren had mogen
smeren.

Geldig verblijfsdocument

Werknemers die uit Bulgarije of Roemenië komen, mogen alleen in Nederland
werken als ze een geldig verblijfsdocument met de aantekening “Arbeid is vrij
toegestaan” hebben. Of als ze een paspoort hebben met een officiële sticker voor
verblijfsaantekeningen, met daarop dezelfde aantekening. Ook mogen Bulgaren en
Roemenen bij ons werken van wie de werkgever beschikt over een geldige
tewerkstellingsvergunning. ‘Onze Bulgaar’had geen van alle. Wel had hij
natuurlijk een verblijfsdocument met de aantekening “Arbeid als zelfstandige.
Arbeid toegestaan”. Zelfstandigen zonder personeel en freelancers uit beide
landen mogen wel in Nederland werken, als zij daadwerkelijk als zelfstandige
werken. En dat deed onze Bulgaarse vloerenlegger niet. En overtrad dus het
aannemersbedrijf artikel 2 van de Wet arbeid vreemdelingen. Niet alleen het
aannemersbedrijf, maar ook alle andere betrokkenen. De onderaannemer die het
vloerenleggen had aangenomen van de afbouwonderaannemer, de afbouwonderaannemer
zelf, maar ook de opdrachtgever van het project. Elke partij krijgt een boete
van 8.000 euro. “Hard waar het moet, zacht waar het kan”, is volgens het
Jaarplan 2010 van de Arbeidsinspectie immers het adagium van de handhaving. Ik
moest aan dit verhaal denken toen ik verleden week zaterdag in het Volkskrant
magazine de fotorapportage ‘Bouwend Nederland’ van Jan Banning bekeek. Hij
portretteerde tientallen bouwvakkers, die werken aan de verbouwing van het
Amsterdamse Rijksmuseum. In de begeleidende tekst lezen we: “Banning zwierf door
het museum met een mobiele studio, een klein podium met flitslampen. Daar in een
verstild hoekje van de onttakelde ruimte, maakte hij foto’s van Nederlandse
vaklui, Duitsers, Serviërs, Chilenen, Koerden, Iraniërs – het viel op hoeveel
buitenlanders er onder de werklieden zijn.” Er bekroop me een ernstig gevoel van
medelijden met de uitvoerder van de verbouwing van het Rijksmuseum.

Veiligheidskundige bij Aboma+Keboma, Ede.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels