artikel

Oplossing voor kosten vorstverlet

bouwbreed

Het voorjaar is begonnen en daarmee behoort de strenge winter van 2009/2010 definitief tot het verleden.

Maar niet voor iedereen. Veel bouwbedrijven likken de komende tijd nog hun
financiële wonden. Als ze dit overigens nog kunnen, want voor een aantal
betekende de aanhoudende vorstperiode het einde van het bedrijf. Het is
noodzakelijk dat er een fiscale oplossing komt.

Een winter die onze bedrijfstak buitengewoon hard heeft geraakt. Op grond van
de cao hebben werknemers recht op vorstverlet wanneer de gevoelstemperatuur min
zes graden bedraagt. In het verleden werd het vorstverlet vergoed door het
Risicofonds voor het Bouwbedrijf. Dit fonds is echter in 2006 opgeheven. En
sindsdien komen de kosten van het vorstverlet dus voor rekening van de
werkgever. Voor een aantal bouwbedrijven betekende deze situatie de
uiteindelijke nekslag. Als de zon schijnt moeten we het dak repareren. Daarom is
het nu tijd om na te denken over een structurele oplossing voor dit probleem.
Het risico van vorstverlet gaat namelijk de normale bedrijfsrisico’s te boven.
Het is ook een risico dat voor de bedrijven niet te beheersen is omdat het qua
omvang, duur en moment van optreden niet in te schatten is. Minister Donner
heeft tijdens de winter de helpende hand toegestoken door WW-uitkeringen te
verstrekken in het kader van onwerkbaar weer. Niet alleen ging het hier om een
tijdelijke regeling, werkgevers moesten de WW-uitkering ook nog aanvullen tot
100 procent van het loon. Kortom, daar ligt dus ook niet de oplossing. Naar ons
gevoel ligt die wel in de fiscale sfeer. Hierbij denken we aan drie opties.
Allereerst het vormen van een voorziening voor vorstverlet, die ten laste komt
van de fiscale winst. Vorstverlet is in deze optiek een schadegebeurtenis
waarvoor de ondernemer een premie reserveert waarmee hij een voorziening vormt,
waaruit de daadwerkelijke uitgaven voor vorstverlet kunnen worden gedaan. Deze
voorziening is feitelijk vergelijkbaar met de destijds geldende assurantie eigen
risico en de export risicoreserve die in 2000 zijn afgeschaft. De tweede optie
is het aanpassen van de regels voor de waardering van onderhanden werk, zodat
per einde boekjaar de waarde van het onderhanden werk naar beneden kan worden
bijgesteld voor uitgaven voor vorstverlet na de balansdatum. De derde en laatste
optie betreft het aanpassen van de regels voor de waardering van voorraad en
bedrijfsmiddelen zodat hier aan het einde van het boekjaar, de boekwaarde
verlaagd kan worden voor uitgaven voor vorstverlet na de balansdatum. Het zijn
drie oplossingen die er voor zorgen dat de kosten van vorstverlet voor bedrijven
dragelijker worden gemaakt. Het mooie is dat onze ideeën de minister van
Financiën geen cent kosten maar onze sector wel zonder kleerscheuren de volgende
winter doorhelpen. In een tijd van bezuinigingsvoorstellen moet hem dat toch als
muziek in de oren klinken?

Frits Nuss
Jurist bij NVB Vereniging voor ontwikkelaars en bouwondernemers.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels