artikel

Geen waardering voor vernieuwing

bouwbreed

De tweede ronde van de Innovatieregeling Mooi Nederland is begonnen.

Met deze stimuleringssubsidie wil VROM de ruimtelijke kwaliteit in Nederland
verbeteren. Zo’n financiële prikkel is belangrijk. Maar nog veel belangrijker is
het scheppen van een klimaat waarin vernieuwing, het anders doen dan eerst, ook
écht wordt gewaardeerd. En juist daaraan ontbreekt het, meent Marc Douma.
Exemplarisch is de recente controverse rondom de ‘Belle van Zuylen’. Al in 2007
noemde toenmalig minister Cramer dit ontwerp voor het hoogste gebouw van
Nederland “het verkeerde gebouw op de verkeerde plaats”. Belangrijkste bezwaar
was het contrast met de omliggende lagere bebouwing in de gemeente Utrecht en de
vermeende horizonvervuiling vanuit het Groene Hart. Dus toen vorige maand bleek
dat de toren om financiële redenen voorlopig niet wordt gebouwd, was het
ministerie zeer verheugd.

Innovatief

Treurnis was wellicht meer op zijn plaats geweest. De toren is technisch en
architectonisch namelijk een van de meest innovatieve projecten ooit in
Nederland ontworpen. Een voorbeeld van compacte functievermenging, duurzaamheid
en innovatief grond-materiaal- en energiegebruik. Zo zou het gebouw onder meer
volledig CO2-neutraal zijn. De ‘Belle’ past naadloos in de doelstellingen van de
Innovatieregeling Mooi Nederland. Het kabinet pleitte zelf in 2008 in de
Structuurvisie 2040 voor meer hoogbouw in de Randstad om de toekomstige
bouwbehoefte te vervullen en tóch de schaarse open ruimte open te houden. Maar
het logische gevolg daarvan is dat er ook hoogbouw nodig is op plaatsen waar die
nu nog niet is. En dus steekt die letterlijk en figuurlijk boven de bestaande
bebouwing uit. Precies dat is de kern van het bezwaar. De negatieve houding is
minder opmerkelijk dan het lijkt. Nederland wil innoveren maar heeft moeite met
de consequenties ervan. Hoogbouw is daarvan de belichaming: een bouwopgave die
architecten en ingenieurs uitdaagt om tot het uiterste te gaan. Daarmee is het
een broedplaats van nieuwe technieken. Hoogbouw past per definitie niet binnen
bestaande kaders. Als je als overheid voor hoogbouw kiest, moet je daar ook
ruimte en vertrouwen aan geven. De landelijke overheid moet de grote lijnen
uitzetten. Maar zij moet zich niet nadrukkelijk bezighouden met de invulling,
dat is de taak van provincies en gemeenten. Met uitspraken over de esthetische
kwaliteit van ruimtelijke plannen begeeft het Rijk zich op heel glad ijs. Waarom
is een 262 meter hoog gebouw in de vierde stad van Nederland ‘verkeerd’, maar
vormen de te bouwen 80 tot 100 windmolens van 200 meter hoogte bij Urk wel een
aantrekkelijk decor? VROM zoekt de komende maanden, zoals het ministerie zelf
zegt, naar “pareltjes van vernieuwend ruimtegebruik die op een nieuwe manier
invulling geven aan actuele ruimtelijke opgaven”. In september worden de meest
innovatieve daarvan bekendgemaakt. Aan demissionair minister Huizinga en
wellicht haar opvolger de taak om vooral te zorgen voor het broodnodige
innovatiebevorderende klimaat.

Vertrouwen

Innovatieprogramma’s en -subsidies zijn op zich prima instrumenten. Maar dat
geldt alleen als partijen vervolgens het vertrouwen en de openlijke steun van de
overheid krijgen om ook daadwerkelijk te vernieuwen. Een attitude is nodig die
ondernemers, ontwerpers en ingenieurs uitdaagt in hun ontdekkingstocht naar en
langs nieuwe grenzen. Alleen op die voedingsbodem zullen nieuwe oplossingen voor
de inrichting van Nederland echt van de grond komen.

Ir. Marc Douma
Directeur van advies- en ingenieursbureau Techniplan Adviseurs en betrokken bij
de ontwikkeling van de Belle van Zuylen
(marc.douma@techniplan.nl).

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels