artikel

Dubbel tellen in faillissement

bouwbreed

Het is niet ongebruikelijk dat vennootschappen zich garant stellen voor de nakoming van de verplichtingen van een andere vennootschap. Hoe werkt dit als beide vennootschappen failliet gaan.

Een woningcorporatie geeft opdracht tot de bouw van een onroerende zaak. De
overeenkomst wordt aangegaan met een werkmaatschappij. Na lang aandringen door
de woningbouwcorporatie stelt de moedermaatschappij zich garant voor de juiste
nakoming door de werkmaatschappij. Nadat de woningbouwcorporatie een aantal
termijnen heeft voldaan, gaan zowel de moedermaatschappij als de
werkmaatschappij failliet. De woningbouwcorporatie blijft met een zeer
aanzienlijke schade zitten. Deze schade omvat niet alleen de betaalde termijnen
waarvoor geen werkzaamheden zijn verricht, maar bijvoorbeeld ook kosten voor het
inschakelen van een nieuwe aannemer en vertragingsschade. De
woningbouwcorporatie becijfert haar schade op 1 miljoen euro. In beide
faillissementen wordt de vordering van 1 miljoen euro erkend. De curator van de
werkmaatschappij wikkelt het faillissement het voortvarendst af. Aan de gewone
crediteuren kan 20 procent van hun vordering worden uitgekeerd. De
woningbouwcorporatie ontvangt derhalve 200.000 euro. Vervolgens bericht de
curator van de moedermaatschappij dat bij haar 50 procent van de vorderingen van
de gewone crediteuren zal worden betaald. De vraag is nu of de
woningbouwcorporatie 500.000 euro (te weten 50 procent van haar ingediende
vordering) of 400.000 euro (50 procent van haar restantvordering) ontvangt. Het
antwoord is dat de woningbouwcorporatie in het faillissement van de
moedervennootschap een bedrag van 500.000 euro krijgt. Het bedrag dat de
woningbouwcorporatie in het faillissement van de werkmaatschappij ontvangt, is
in beginsel van belang bij de uitdeling in het faillissement van de
moedermaatschappij. De uitdelingen aan de woningbouwcorporatie kunnen echter
nooit hoger zijn dan haar totale vordering. Als de woningbouwcorporatie in het
faillissement van de werkmaatschappij 700.000 euro zou ontvangen, kan zij in het
faillissement van de moedermaatschappij maximaal 300.000 euro ontvangen.
Bovenstaand antwoord is ook van toepassing op de situatie waarin de
woningbouwcorporatie beschikt over door de werkmaatschappij verstrekte
zekerheden, bijvoorbeeld hypotheek- of pandrechten. Ook in dit geval geldt dat
betalingen uit het faillissement van de werkmaatschappij in beginsel niet in
mindering komen op de vordering op basis van een door een andere vennootschap
verstrekte garantie. Omdat faillissementen altijd gecompliceerd zijn, is het
uiteraard raadzaam een specialist te raadplegen.

Boekel de Nerée NV, Amsterdam
michel.deckers@boekeldeneree.com
krijn.oogenboezem@boekeldeneree.com.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels