artikel

Culturele Armoede

bouwbreed

Dit is een oproep aan de vormgevers van de ruimte waarin we allemaal wonen, werken, studeren… laat je horen! Dit is een oproep vóór diverse en veelzijdige steden, vóór een internationaal vestigingsklimaat van formaat, vóór een fundament onder de kennisinfrastructuur.

Dit is geen verhaal over links of rechts, geen verhaal over ‘de ander’, en
het is evenmin een verhaal over eenvoudige oplossingen. Dit is een oproep aan de
vakgemeenschap om een positie in te nemen; voor culturele armoede of tegen
culturele armoede?

Het kabinet Rutte heeft in het regeerakkoord een bezuiniging van maar liefst
200 miljoen euro op de culturele sector ingeboekt. Uiteraard een schijntje op de
totale 18 miljard euro aan bezuinigingen, maar een ongekende klap voor de sector
zelf. Van diverse kanten wordt inmiddels positie ingenomen tegen de plannen.
Muzikanten speelden in de spits op station Den Haag Centraal, acteurs uitten hun
ongenoegen op diverse podia, en diverse topbestuurders gaven (on)gevraagd hun
mening in de media. Tot nu toe is het doodstil vanuit de hoek van architecten en
stedenbouwers. Zelfs de branche-organisaties als de BNA en BNSP namen het
regeerakkoord slechts de maat op ‘zuiver’ ruimtelijke voornemens, danwel het
ontbreken daarvan.

Dit verbaast mij zeer. Zijn wij architecten en stedenbouwers niet begaan met
het lot van de culturele infrastructuur van ons land? Hebben we niet het gevoel
dat wij eveneens deel uitmaken van de culturele sector? Ook al staan wij
wellicht ietwat houterig op een podium en zit er meer muziek in onze tekeningen
dan dat we uit een instrument zouden halen. Als ik me niet vergis waren het
juist architecten, stedenbouwers en planners die de afgelopen jaren het belang
van de creatieve sector welhaast te pas en te onpas benadrukten naar
opdrachtgevers, overheden en elkaar. Een plan vinden waarin geen ruimte werd
gelaten voor kunstenaars, ateliers of andere culturele ontplooiing was
waarachtig een zoektocht. We lazen allemaal Richard Florida en Jane Jacobs
(opnieuw) en onderstreepten het belang van de culturele infrastructuur voor
bijvoorbeeld de kenniseconomie en het internationaal vestigingsklimaat in ons
land.

En nu…nu zijn we stil. Staan we aan de zijlijn, het hoofd enigszins
afgewend van de arena. Alsof wij er niets mee te maken hebben, alsof de eerdere
argumenten in de prullenbak kunnen. Geen van beide is waar mijn inziens. Immers,
we hebben er van alles mee te maken. Wij geven nadrukkelijk dagelijks vorm aan
de wereld om ons heen. Daarbij worden wij beïnvloed door ‘de cultuur’ om ons
heen, die wij op onze beurt met onze voorstellen daadwerkelijk en vaak fysiek
weer beïnvloeden. Daardoor zijn we per definitie actor geworden in de culturele
infrastructuur. Daarnaast zijn velen van ons eveneens consument van de culturele
sector. We raken geïnspireerd door de passie, kunde en creativiteit die ons
wordt voorgeschoteld. Desalniettemin moeten we ons wel beseffen dat er geen
kant-en-klaar cultureel menu bestaat.

En dan is er nog het punt dat we zelf de pleitbezorgers van cultuur en
creativiteit waren en niet zelden nog altijd zijn. De argumenten die we
gebruikten, zijn namelijk wel degelijk legitiem, mits we niet op elke
problematische hoek een atelierruimte voor een kunstenaar willen maken in de
hoop dat hij of zij wonderen gaat verrichten. Een gevarieerd palet aan culturele
uitingen en mogelijkheden is van groot belang voor de levendigheid en
leefbaarheid van de stad. Voor de (internationale) concurrentiepositie van ons
land en de fundamentele benodigdheden van een kenniseconomie speelt -naast tal
van andere zaken- ditzelfde culturele palet een aanzienlijke rol. De eerder
aangehaalde topbestuurders uitten hun bezorgdheid over het teruglopende
culturele klimaat omdat ze onderschrijven dat het ondernemingsklimaat en de
culturele barometer een relatie met elkaar hebben.

Het wordt tijd dat wij onze stem laten horen. Wellicht vanuit iets ouderwets
als ‘solidariteit’ of simpelweg omdat we er niet om heen kunnen dat ook wij tot
de culturele sector gerekend moeten worden. Als liefhebber van ‘cultuur’ of als
cultureel ondernemer. De komende weken wordt er in toenemende mate aandacht
gevraagd voor cultuur…ik hoop dat architecten, stedenbouwers, planologen,
universiteiten en academies, branche-organisaties en architectuurcentra een
bijdrage van formaat leveren!

Michiel Raats is mede-oprichter van het in Rotterdam
gevestigde architectenbureau bubble.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels