artikel

Commentaar / proRail

bouwbreed

ProRail en Rijkswaterstaat samenvoegen naar het idee van de ChristenUnie is geen gekke gedachte.

De minister van infrastructuur en milieu meer zeggenschap geven over NS en
ProRail is een betere optie. Niet zozeer om incidenten te voorkomen zoals in
Utrecht, waar het treinverkeer dit weekeinde 24 uur plat lag door een brandje.
Maar om helder te krijgen wie aanspreekbaar is voor het uitvallen van sporen,
wissels of hele stations. Nu ontbreekt het aan regie,
verantwoordelijkheidsgevoel en knopen doorhakken. Op het gebied van rijkswegen
heeft de minister van infrastructuur en milieu, Melanie Schultz van Haegen,
duidelijk de touwtjes in handen. Met Rijkswaterstaat bepaalt zij welke
fileknelpunten moeten worden verholpen, wanneer onderhoud plaatsvindt, zonder
dat het leidt tot overlast. De weggebruiker verheft zijn stem als het moet, maar
dient zich niet te verantwoorden als hij ergens te laat arriveert. Hoe anders
zijn de regels in spoorland. De rol van de hoofdgebruiker, de NS, is daar veel
groter. Die wordt door de minister afgerekend als er te veel treinen per jaar te
laat aankomen. ProRail wordt op zijn beurt afgerekend op de beschikbaarheid en
de betrouwbaarheid van het spoor. Beide organisaties varen daarom hun eigen
koers. Treinreizigers – en spoorwerkers die op de vierkante meter veelal ‘s
nachts werken – zijn daarvan de dupe. ProRail samenvoegen met Rijkswaterstaat
lost het probleem van tegengestelde belangen niet op. De NS en ProRail moeten
allebei zo worden aangestuurd dat zij beide het belang van de reiziger de
hoogste prioriteit geven. Daarvoor is een harde hand nodig. Maar het werkt: bij
wegwerkwerkzaamheden moeten soms ook een snelweg tijdelijk worden afgesloten.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels