artikel

Btw op onderhoud: adder onder het gras

bouwbreed

De tijdelijke verlaging van het btw-tarief van 19 naar 6 procent is bedoeld om de bouwbranche te stimuleren. Maar als het onderhoudsproject vertraging oploopt zal dit tarief niet kunnen worden toegepast. Volgens Ewoud de Ruiter zal dit geregeld een discussie opleveren met de opdrachtgever, over wie deze last moet betalen.

Om de bouwsector te stimuleren kondigde minister van Financiën De Jager
recent een nieuwe maatregel aan. Het betreft een tijdelijke verlaging van het
btw-tarief van 19 procent naar 6 procent voor onderhoudswerkzaamheden aan
woningen ouder dan 2 jaar. Inmiddels is deze maatregel ook vastgelegd in het
Belastingplan 2011. Het is echter de vraag in hoeverre de maatregel de
bouwsector zal stimuleren als achteraf kan blijken dat het verlaagde tarief ten
onrechte is toegepast.

Arbeidsloon

De regeling geldt voor renovatie- en herstelwerkzaamheden van woningen ouder
dan 2 jaar, die tussen 1 oktober 2010 en 30 juni 2011 gereedkomen. In dat geval
mag het verlaagde 6 procent tarief voor de btw worden toegepast op het
arbeidsloon, dat samenhangt met de renovatie- en herstelwerkzaamheden. Uit de
toelichting bij de maatregel wordt redelijk duidelijk voor welke werkzaamheden
zij bedoeld is. Omdat de maatregel ziet op verbouwingswerkzaamheden die na 1
oktober 2010 gereedkomen, kan zij ook worden toegepast op werkzaamheden waartoe
al voor het in werking treden van de maatregel opdracht is gegeven. Op dit punt
is het dus de vraag in hoeverre het opdrachtgevers zal stimuleren om wegens het
verlaagde btw-tarief een verbouwingsopdracht te geven. Voor deze categorie
opdrachtgevers levert de maatregel een onverwachte meevaller op. Als later
blijkt dat de opdrachtnemer ten onrechte het verlaagde tarief heeft toegepast,
loopt hij het risico dat bij hem wordt nageheven. Deze nageheven btw zal de
opdrachtnemer echter niet zomaar kunnen verhalen op zijn opdrachtgever. Voor
werkzaamheden die na 30 juni 2011 gereedkomen geldt het hoge tarief. Loopt een
project onverhoopt vertraging op, dan moet dus het hoge tarief worden berekend.
Met de opdrachtgever kan vervolgens een discussie ontstaan wie deze last voor
zijn rekening moet nemen. Daarom moeten opdrachtgever en -nemer hierover vooraf
goede afspraken maken.

Opknippen

Verder zal het voor langlopende opdrachten onduidelijk zijn of deze kunnen
worden opgeknipt in deelopdrachten om zo het verlaagde tarief toch te kunnen
toepassen. Ook hier kan vanuit opdrachtgever druk worden uitgeoefend op de
opdrachtnemer om het lage tarief toe te passen. Terwijl opdrachtnemer het risico
loopt van naheffing in verband met te weinig afgedragen btw. Kortom, de
maatregel is bedoeld om de bouwbranche te stimuleren, gedeeltelijk zal deze
maatregel daar wel in voorzien. Als het onderhoudsproject vertraging oploopt,
kan het lage tarief niet worden toegepast. Dit zal geregeld een discussie
opleveren met de opdrachtgever over wie deze last moet betalen. De opdrachtnemer
loopt een financieel risico, omdat op voorhand niet altijd duidelijk zal zijn
dat het juiste btw-tarief wordt toegepast. Het is dan ook de vraag in hoeverre
deze maatregel een uitkomst is voor de vastgelopen bouwsector.

Directeur van 3RRR Belastingadviseurs Utrecht
www.3rrrbelastingadviseurs.nl.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels