artikel

Bouw waar energie voorhanden is

bouwbreed

Tegen de uitstoot van CO2 moeten belangrijke politieke stappen worden gezet. Maar urgenter dan klimaatverandering is voor ons nu het opraken van fossiele brandstoffen, omdat deze uitputting onze hele maatschappij zal ontwrichten. Tenzij we er iets aan doen.

‘Iets eraan doen’ ligt in het bekende besparen van energie en investeren in
opwekking met duurzame bronnen. Ik voeg daar gebruik van reststromen tussen: in
efficiency zijn we al behoorlijk ver gevorderd, maar exergetisch gezien is ons
energiesysteem in de gebouwde omgeving nog verre van effectief. Op exergie kom
ik nog wel een keer terug, maar nu volstaat dat we eigenlijk te hoogwaardige
bronnen (aardgas, dat brandt op 1200-1500 graden Celsius) gebruiken voor te
laagwaardige functies (woning op 21 graden Celsius brengen). We produceren –
zonder dat we het weten – al grote hoeveelheden restenergie, waar niets mee
wordt gedaan. Door de eenvoudige beschikbaarheid van fossiele bronnen zijn we
verleerd welke energiepotenties lokaal aanwezig zijn en hoe die optimaal te
benutten. In 2006 maakten we een eerste aanzet voor een energiepotentiekaart
voor Noord-Nederland die een basis kon vormen voor een duurzame regionale
ontwikkeling. De methodiek werd in een vervolgstudie voor de Provincie Groningen
verder verbeterd en leidde tot opname van energieoverwegingen in het Provinciaal
Omgevingsplan (POP). Duurzame energie is namelijk 1:1 gekoppeld aan ruimte:
opwekking van energie uit zon, wind, biomassa etc. vraagt namelijk om vierkante
meters (beter nog: hectares). Bouw waar energie voorhanden is en breng de
overschotten en tekorten weer bij elkaar; optimale benutting van duurzame
energie en reststromen vraagt om ruimtelijke afstemming. Energiepotentiekaarten
helpen daar enorm bij. De meest recente loot aan de boom van energiestudies in
het noorden is de energiepotentiestudie voor Hoogezand-Zuid, De Groene Compagnie
genoemd. Daar hebben we weer een stap verder gezet en presenteerden we een hele
stapel van potentiekaarten die aangeven welke en hoeveel energie op welke hoogte
of diepte (vaak tegelijk) kon worden opgewekt. Gekoppeld aan het
stedenbouwkundige plan kon van De Groene Compagnie worden berekend dat deze meer
energie opwekt dan gebruikt.Dat is mooi, want er zullen veel meer gebieden in
Nederland zijn die een tekort houden. In dichtbevolkte steden namelijk is
onvoldoende ruimte voor duurzame opwekking van stroom. Meer landelijke gebieden
– maar ook andere regio’s in de wereld – kunnen dit deficiet oplossen. Lokale
oplossingen kunnen dus niet anders dan tot meer samenwerking leiden.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels