artikel

Redelijkheid en billijkheid gevraagd

bouwbreed Premium

Stel, u vraagt drie hoveniers om een plan te maken voor uw tuin, alles moet op de schop. Ze gaan alle drie aan de slag en er komen drie mooie plannen binnen. U bekijkt ze, maar besluit het toch maar zelf te gaan doen. Hoe denkt u dat de hoveniers zich voelen?

Toch gebeurt dit in onze vakwereld. Via een (onderhandse) uitvraag worden
bureaus gevraagd om met voorstellen te komen. Meestal is dat niet een simpele
offerte, maar een aanbod waarin het nodige denk- en rekenwerk zit. En nadat al
dat werk gedaan is, wordt de uitvraag ingetrokken. Het trieste hoogtepunt is de
gemeente De Ronde Venen. Hier werd een onderhandse aanbesteding ingetrokken,
nadat drie bureaus (op verzoek van deze gemeente) hun plannen hadden ingediend.
Deze gemeente weigert, zelfs na tussenkomst van de Nationale Ombudsman, een
tegemoetkoming te geven. Ingenieursbureaus maken kosten om mee te dingen in een
aanbesteding waarbij het een bedrijfsrisico is of je de aanbesteding wel of niet
‘wint’. Stel dat bij een loterij de trekking niet doorgaat, dan verwacht u ook
uw geld terug. Het is bij een aanbesteding niet meer dan redelijk om bij
intrekking de gemaakte kosten te vergoeden. Met name als de reden voor
intrekking aan de zijde van de aanbestedende dienst ligt. Een argument als
‘bepaalde inschrijvers hadden een te hoge prijs en zouden de aanbesteding niet
hebben gewonnen’, is volstrekt onzinnig; dat is net zoiets als ‘u had toch niet
het winnende lot’. Een ingenieursbureau zal zelden tegen de opdrachtgever
(klant) ingaan. De afhankelijkheid is groot, het kan opdrachten kosten. Daarom
roep ik als voorzitter van NLingenieurs aanbestedende diensten op om, bij het
intrekken van een aanbesteding, de gemaakte kosten ruimhartig te vergoeden. Een
billijke oproep lijkt mij, waardoor de verhoudingen tussen aanbesteder en
inschrijver helder worden gehouden.

Voorzitter NLingenieurs.

Reageer op dit artikel