artikel

Nieuwe Aanbestedingswet mist een missie en wantrouwt de markt

bouwbreed Premium

Over enkele weken zal de huidige demissionaire regering met de troonrede haar plannen voor het komende jaar bekendmaken. Daarin zullen de reeds aangekondigde en gevreesde bezuinigingen op gevoelige sectoren als zorg en onderwijs ongetwijfeld terugkomen.

Dat een goede ordening van de markt voor overheidsopdrachten een steentje kan
bijdragen aan de noodzakelijke bezuinigingen op de overheidsuitgaven, kreeg tot
nu helaas geen aandacht bij het opstellen van de bezuinigingsplannen. Dat blijkt
bij kennisneming van de onlangs bij de Tweede Kamer ingediende ontwerp
Aanbestedingswet. Zo brengt de wet geen verandering in de aanbesteding van de
opdrachten die niet onder de Europese drempels vallen en die in ons land goed
voor ruim 39,5 miljard euro zijn (of 70 procent van het jaarlijks inkoopvolume
van de overheid volgens het IOo van februari 2009). We kunnen spreken van een
grijs gebied van de overheidsfinanciën, waarin bestedingen niet aan heldere
regels zijn onderworpen. Nadeel is dat mogelijke besparingen niet kunnen worden
gerealiseerd. Besparingen, die volgens Europese ramingen van professionele
openbare aanbestedingen gemiddeld 8 procent op de betaalde prijs kunnen
bedragen. Dat is niet niks: er kunnen dus miljarden door openstelling van de nog
gesloten sectoren worden bespaard in plaats van de door demissionair minister
van economische zaken Van der Hoeven gestelde magere 139 miljoen die met de
nieuwe Aanbestedingswet bespaard zullen worden.

Gebrekkig

De wet is missieloos: hij getuigt van een gebrekkig beeld van de markt voor
overheidsopdrachten en ontbeert een maatschappelijke en economische
doelomschrijving. Slechts bij een overtuigende uitleg van de motieven waarom de
overheid in het openbaar dient aan te besteden, kan een goede naleving van de
toekomstige wet worden verwacht. Een overtuigende uitleg vormt tevens het ideale
startpunt voor de wetgever om de markt voor overheidsopdrachten goed te (kunnen)
ordenen. Is dit een gemis aan besef van het belang dat openbaar aanbesteden voor
onze economie en onze rechtstaat heeft? Legt dit gemis niet een dieper
wantrouwen tegen de markt bloot?

In de laatste jaren is de reden waarom overheden op grond van objectieve en
transparante criteria dienen in te kopen in Nederland vervaagd. De economische
en maatschappelijke voordelen die door professioneel openbaar aanbesteden kunnen
worden behaald, worden in media en politiek stelselmatig overschaduwd door
negatieve berichten dat openbaar aanbesteden onaanvaardbare (administratieve)
lasten met zich brengen. Om deze laatste opvatting, die met name door lagere
overheden wordt verdedigd, te staven wordt grote aandacht geschonken aan enkele
in de praktijk problematisch verlopen aanbestedingen, zonder de werkelijke
oorzaak voor de gang van zaken te vermelden die vaak te vinden is in niet goed
doordachte bestekken. Sterk vragen wij ons af of dit wantrouwen tegen de
openbare aanbesteding niet een dieper wantrouwen tegen de markt als concept
(marktwerking) en de private sector blootlegt. Onderhandse gunning zonder
openbare aanbesteding is in ons land helaas nog praktijk bij de inkoop van
opdrachten onder én boven de Europese drempel.

In het verlengde van dit wantrouwen tegen marktwerking, kiest de overheid
steeds vaker voor het in eigen beheer uitvoeren van taken in plaats van voor
aanbesteding en uitvoering door een private partij. Illustratief voor deze
inbestedingstrend is de afvalsector.

Nadelen

Door dit wantrouwen wordt een gedeelte van de markt voor overheidsopdrachten
aan eerlijke concurrentie onttrokken, met alle mogelijke nadelen van dien. Denk
daarbij aan: kartelvorming, corruptie, hogere prijzen, lagere kwaliteit, minder
innovatie en duurzaamheid. Maar ook: toename van juridisering doordat
particulieren zich genoodzaakt voelen de rechter te adiëren omdat de overheid de
basisbeginselen van transparantie en non-discriminatie heeft geschonden door
haar opdrachten niet openbaar aan te besteden. Gegeven het geconstateerde
wantrouwen tegen marktwerking en aanbesteding, lijkt het ons zinvol om het
belang dat aanbesteding kan hebben voor de economie eerst goed uit te werken
alvorens een nieuwe ordening van de markt voor overheidsopdrachten te overwegen.
Laat daarom de nieuwe minister van Economisch Zaken de Aanbestedingswet nog een
keer oppakken en voorzien van een degelijke en overtuigende doelstelling en
onderbouwing van de wet.

Barbara Baarsma is directeur van SEO economisch onderzoek en bijzonder
hoogleraar marktwerking en mededingingseconomie aan de universiteit van
Amsterdam.

Elisabetta Manunza is bijzonder hoogleraar Internationaal en Europees
aanbestedingsrecht aan het Europa Instituut van de universiteit Utrecht.

Reageer op dit artikel