artikel

Contractvormen 2.0

bouwbreed Premium

Een nieuw kabinet doet er goed aan een forse slinger te geven aan uitdagend opdrachtgeverschap.

In de afgelopen jaren is er ervaring opgedaan met nieuwe contractvormen,
zowel in de infrastructuur als met gebouwen. Het is opdrachtgevers gelukt
private partijen meer en langer verantwoordelijkheden te laten nemen. Publieke
en private partijen lijken over deze eerste tranche projecten tevreden. Maar er
is ook kritiek. Er zijn signalen vanuit de markt dat er nog te veel moet worden
geïnvesteerd in verhouding tot de (verwachte) opbrengsten. En dat er wel heel
veel papier nodig is om het wederzijds vertrouwen te garanderen. Hoe kan het
beter en meer? Een nieuw kabinet zou voor vier jaar een investeringsprogramma
moeten maken. Daarin zou moeten worden aangegeven welke projecten via nieuwe
contractvormen op de markt komen. Ook de grotere projecten van gemeenten,
waterschappen en provincies staan in dat programma. Evenals die van
semi-publieke instanties als ziekenhuizen, universiteiten en zorginstellingen.
Over het concept programma wordt overlegd met aanbieders. Hoe kunnen we een
project het beste in de markt zetten? En welke contractvorm past het beste? Hoe
kunnen we de kritiekpunten op 1.0 verbeteren? Niets wordt op voorhand
uitgesloten. Een marktpartij die betekenisvol bijdraagt aan de verbetering van
het programma, wordt daarvoor financieel beloond. Het bedrijf ontvangt 50
procent van het verwachte economisch voordeel. Dit geld kan het bedrijf weer
inzetten bij de acquisitie van het project. Op deze wijze wordt de
investeringsagenda van publieke opdrachtgevers een echte uitdaging voor
marktpartijen. Is dit realistisch? Natuurlijk, maar dan moeten aanbieders wel
met dit soort voorstellen komen. Publieke opdrachtgevers als de RGD vragen daar
in een aanstaand debat op de Provada expliciet om.

Adviseur Andersson Elffers Felix Utrecht

Reageer op dit artikel