artikel

Commentaar: Door de bomen

bouwbreed Premium

Het rijksprogramma om voor de volle 100 procent duurzaam in te kopen is een prachtige ambitie. Een ambitie die er bovendien aan kan bijdragen dat er daadwerkelijk een rem gaat op het ontstellende tempo waarmee wereldwijd bossen worden gekapt. Iedere seconde verdwijnt er een heel voetbalveld.

Toch heeft slechts een derde van het in Nederland geïmporteerde hout een
duurzaamheidscertificaat. De vraag naar duurzaam geproduceerd hout loopt nog
flink achter bij het aanbod, dat vele malen groter is. Voor een deel komt dat
doordat duurzaam hout duurder is, voor een ander deel omdat veel hout dat keurig
volgens de internationaal erkende regels wordt geteeld, tot voor kort niet als
duurzaam werd erkend. Om de beschikbaarheid van duurzaam hout te vergroten
erkende het ministerie van VROM vorige week ook hout met het stempel
‘PEFC-Internationaal’. Het keurmerk voldoet volgens minister Huizinga aan de
internationaal geldende criteria voor de inkoop van duurzaam hout. Maar de
overheidserkenning voor het PEFC-certificaat valt niet bij iedereen in goede
aarde. FSC, het keurmerk dat tot een paar jaar geleden het alleenrecht had op
duurzaamheidskeurmerken, is niet blij. Ze bestrijdt dat PEFC dezelfde
kwaliteits- en duurzaamheidseisen aan de bossen stelt en laat het niet na andere
keurmerken zwart te maken. De rivaliteit lijkt er vooral om te gaan wie het
grootste marktaandeel bemachtigt. Inkopers van hout verbazen zich over die
rivaliteit. Door de voortdurende strijd tussen de keurmerken dreigen ze door de
bomen het bos niet meer te zien. “Het zou om de bossen moeten gaan”, is het
commentaar dat te beluisteren viel op een voor inkopers en architecten
georganiseerde training. “Niet om de definitie van duurzaam.” Ze hebben groot
gelijk. De keurmerken moeten beseffen dat twee derde van al het hout nog niet
duurzaam is. Op dat vlak is nog een wereld te winnen.

Reageer op dit artikel